Is ontbinding bij 65-jarige leeftijd discriminatie?

0

Werkneemster wordt 65 jaar en stemt niet in met beëindiging van
dienstverband. Werkgever vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de
kantonrechter.

Werkneemster is sinds 15 jaar in dienst bij Holding Van Rossum Orthopedische Schoentechniek als assistent orthopedisch schoenmaker. Op haar arbeidsovereenkomst is de cao voor de schoentechniek van toepassing. In deze cao staat geen bepaling waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Een dergelijke bepaling is ook niet tussen partijen overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.

Uit hoofde van de cao maakt een pensioenreglement deel uit van de arbeidsovereenkomst. Krachtens dit reglement neemt werkneemster deel in een pensioenregeling die is gebaseerd op premiebetaling tot aan haar 65e levensjaar en op het recht om met ingang van die leeftijd een pensioenuitkering te ontvangen. Werkneemster heeft op 7 februari 2008 de 65-jarige leeftijd bereikt. Werkgever heeft werkneemster in de loop van 2007 laten weten dat in verband met en bij gelegenheid van haar 65e verjaardag een einde dient te komen aan haar dienstverband. Werkneemster heeft met die beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet ingestemd.

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2008, op grond van gewichtige redenen, te weten verandering in de omstandigheden welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst hoort te eindigen. Werkneemster concludeert primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot toewijzing met toekenning van een vergoeding.

Uitspraak

De centrale vraag die beantwoording behoeft is of ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege de leeftijd van werkneemster strijdig is met het discriminatieverbod. De kantonrechter overweegt dat van discriminatie geen sprake is indien het onderscheid naar leeftijd objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel, zoals beëindiging van de arbeidsovereenkomst in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat partijen vooraf zijn overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd eindigt.

Weliswaar is er een maatschappelijke discussie gaande over het al dan niet handhaven van de huidige pensioenleeftijd. Echter, er kan niet gezegd worden dat er ook brede maatschappelijke consensus over bestaat, zodat aan eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad nog steeds betekenis toekomt. Voorts dient een rechter zich terughoudend bij de beoordeling van een dergelijke kwestie op te stellen, teneinde te vermijden dat hij op de stoel van de wetgever gaat zitten.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Gelet op het feit dat werkneemster een AOW-uitkering én een bovenwettelijke pensioenuitkering ontvangt, wordt aan haar geen vergoeding toegekend.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.