Geen concurrentiebeding voor monteursfunctie

2

Niet alle functie kunnen even goed belast worden met een concurrentiebeding, oordeelde een kortgedingrechter. Het binnenhouden van de bijzondere kwaliteiten van de ‘Willy Wortel’ van het bedrijf kan sowieso niet met een concurrentiebeding; daar is het niet voor bedoeld.

De situatie

Een monteur van grootkeukens is sinds 1999 in dienst bij een Twents bedrijf. In zijn arbeidsovereenkomst staat een concurrentiebeding en een boetebeding.  Als hij in 2011 bij een concurrent gaat werken, beroept de werkgever zich op de beide bedingen. De monteur wil van het concurrentiebeding af en stapt naar de rechter.
Tijdens de rechtszaak blijkt dat de werkgever niet erg zorgvuldig is geweest bij het opstellen van de arbeidsovereenkomst: het boetebeding is niet gekoppeld aan de bepaling over het concurrentiebeding maar aan twee andere bepalingen. Daardoor is er op de overtreding van het concurrentiebeding is geen boete gesteld.

De vordering

In een kort geding vordert de werknemer schorsing van het concurrentiebeding onder meer om de volgende redenen:

  • Hij wordt onredelijk benadeeld door het beding. Hij kan zijn positie bij de nieuwe werkgever aanzienlijk verbeteren qua salaris – maandelijks € 400 bruto meer – en qua functie-inhoud.
  • Het beding heeft een te lange looptijd: twee jaar. Uit jurisprudentie blijkt dat een termijn van één jaar billijk is.
  • Het geding beperkt hem teveel qua geografische ruimte: hij mag niet in Nederland werken in dezelfde branche en ook niet in een deel van Duitsland.
  • Hij beschikt als monteur niet over concurrerende kennis of bedrijfsgevoelige informatie.

Het verweer

De werkgever vindt dat hij de werknemer wel aan het concurrentiebeding mag houden. Het bedrijf heeft belang bij de bescherming van haar bedrijfsdebiet omdat:

  • Het concurrerende bedrijf is opgericht door twee ex-werknemers. Zij kapen de goede vaktechnische werknemers die innovatief kunnen werken weg bij het bedrijf. Die werknemers kennen het denkpatroon en de wijze waarop het bedrijf (logistieke) problemen in de grootkeukentechniek pareert.
  • De werknemer is niet zomaar een monteur maar hij is de ‘Willie Wortel’ van het bedrijf. Hij lost problemen altijd goed op, hij is een innovatieve monteur en speelde hij een actieve rol in de productontwikkeling.

De werkgever meent dat er voor een goede ervaren monteur altijd wel werk is in een andere branche

Het oordeel

De rechter schorst het concurrentiebeding en overweegt daarbij dat het logisch is dat de werkgever de concurrentiepositie wil beschermen en een uitstekend gekwalificeerde werknemer niet aan een concurrent kwijt wil raken.  Maar de werknemer beschikt niet over concurrentiegevoelige informatie, en de kwaliteiten van de werknemer waar de werkgever zo hoog over opgeeft en die hij wil behouden, zijn niet ontstaan door opleiding en investeringen van het bedrijf.  Een concurrentiebeding is ook niet bedoeld om kwaliteiten van de werknemer binnen te houden. De werkgever heeft ook niet aangetoond dat de functie van de monteur specifiek concurrentiegevaar oplevert. Werkgevers kunnen bij iedere functie en in iedere arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding opnemen, maar de ene functie leent zich nadrukkelijk meer om met een concurrentiebeding belast te worden dan de andere, oordeelt de rechter.

LJN BT6528
Kantonrechter Enschede
Schorsing concurrentiebeding
Kort geding
30 september 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Het verweer van de werkgever was sowieso zwak;
    Het ‘concurerrende’ bedrijf mag dan opgericht zijn door twee ex-werknemers, maar vertel de rechtbank er dan even bij dat deze ex-medewerkers al in 1996 afscheid hebben genomen van deze grootkeukenfirma, da’s 15 jaar geleden..
    Het ‘wegkapen’ van medewerkers door het concurerrende bedrijf valt reuze mee; van de circa 45 medewerkers die de afgelopen jaren vertrokken zijn, is er slechts ??n in dienst getreden bij de collega firma; en dan nog pas na een tussenstap, buiten de branche, van bijna 3 jaar.
    Al met al lijkt het strikt vast willen houden aan het onredelijk concurrentie beding een zwaktebod van een bedrijf waaruit de dynamiek, de ervaring, de vakkennis en concurrentiekracht volledig uit
    verdwenen lijkt te zijn. Mag een goedwillende en betrokken servicetechnicus hier verantwoordelijk voor worden gesteld of zijn er andere oorzaken?

  2. Als deze monteur zo belangrijk was voor het bedrijf dan hadden ze hem zelf maar eerder een beter salaris moeten bieden.