Gedragsverandering: de do’s en don’ts

1

Om mensen structureel op een andere manier te laten reizen, is het nodig dat het gedrag wordt aangepast. Maar dat gaat niet zomaar. Hoe kun je dit aanpakken en hoe juist niet?

Do’s:

Maak gebruik van sociale druk

Als een deel van de organisatie al positief reisgedrag vertoont, maak daar dan gebruik van. Laat deze medewerkers, bijvoorbeeld in het bedrijfsblad, vertellen over hun goede ervaringen. Daarbij speelt ook autoriteit een rol. Het scheelt als de baas het goede voorbeeld geeft.

Intensiveer de communicatie
Het invoeren van een nieuw mobiliteitsplan kan pas echt succesvol worden als de werknemer snapt wat het voor hem of haar betekent. En vooral: wat zijn de voordelen? Daarbij is massacommunicatie niet altijd geschikt. Een persoonlijke benadering is tijdrovend, maar vaak effectiever.

Don’ts:
Constructieve communicatie
De werknemers confronteren met hun slechte gedrag en bijvoorbeeld wijzen op de vervuilende leaseauto helpt niet. Benadruk liever de voordelen van alternatieve vervoersmiddelen.
Grote stappen, snel thuis

Reisgedrag kan niet van de ene op de andere dag veranderd worden. Probeer dat dan ook niet. Een effectief mobiliteitsplan richt zich niet op ‘de werknemer’, maar is persoonlijk. Stel een realistisch en specifiek plan op. Breng het reisgedrag van de werknemers in kaart en luister goed naar hun wensen.

Bron: Publicaties CROW-KpVV

Lees meer over:

Over Auteur

1 reactie

  1. H.J. Duijn op

    Het is de kunst om mensen vanuit hun eigen betrokkenheid te stimuleren tot gedragsverandering. Wanneer men zelf inziet dat er iets moet veranderen biedt dat goede mogelijkheden tot een succesvolle verandering. Dikwijls zal een zekere stimulans in de vorm van opleiding of training noodzakelijk zijn om medewerkers zover brengen. Wanneer de eerste twee mogelijkheden ontbrekenzal in uitzonderlijke gevallen enige dwang moeten worden toegepast.
    Mensen die iets mogen zijn productiever, dan mensen die iets moeten.