Financiële compensatie voor te zwaar concurrentiebeding

0

De rechter matigt een concurrentiebeding en kent de werknemer een vergoeding van ruim 13.000 euro toe omdat hij door het beding een baan moest laten lopen.

De situatie

Een werknemer gaat, in onderling overleg, na een dienstverband van 13 jaar uit dienst. In zijn contract stond een concurrentiebeding dat gold tot 2 jaar na uitdiensttreding voor een onbeperkt gebied. De ex-werknemer vraagt kort na zijn uitdiensttreding om het beding te beperken in tijd en in regio. Maar de ex-werkgever wil daar niet aan voldoen en de werknemer stapt naar de rechter om matiging van het beding af te dwingen.

De vordering

De werknemer vraagt de rechter in eerste instantie om het beding in zijn geheel te vernietigen. Als dat niet gaat, dan wil hij dat de rechter het gedeeltelijk vernietigt door het te beperken tot de Benelux. Hij vraagt ook om een vergoeding (art. 7:653 lid 4 BW) omdat hij onredelijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding, in verhouding tot het belang dat de werkgever bij de handhaving heeft.

Het oordeel

De rechter zet nog eens uiteen dat een concurrentiebeding een beperking van de vrije arbeidskeuze van de werknemer is. De hoofdregel is: wat is overeengekomen, moet worden nagekomen. Maar de rechter heeft wel de mogelijkheid om een concurrentiebeding in zijn geheel of gedeeltelijk te vernietigen omdat werknemers bij het aangaan van zo’ n beding de consequenties niet altijd volledig kunnen overzien. De rechter maakt dan een afweging tussen de belangen van de werknemer en de werkgever.

Nadeel voor werknemer te groot
In dit geval is het nadeel voor de werknemer wel erg groot, oordeelt de rechter. Met de baan die hem door het andere bedrijf werd aangeboden kon hij ontkomen aan werkloosheid en aan een inkomensterugval tot bijstandsniveau. Gezien zijn leeftijd, 52 jaar, zijn eenzijdige werkervaring in één branche en zijn gebrek aan opleiding wordt het voor hem wel erg moeilijk om in het beperkte stukje arbeidsmarkt dat het concurrentiebeding overlaat nog een baan te vinden.
De werkgever is van mening dat er voldoende banen voor de werknemer zijn maar onderbouwt dat volgens de rechter met te weinig gegevens, net als de stelling dat de werknemer over kennis en vaardigheden beschikt die hij kan inzetten bij een concurrent.

In tijd beperkt
De rechter ziet geen reden om een streep te zetten door het hele concurrentiebeding, maar wel door een deel ervan. De werkgever heeft geen redenen aangevoerd waarom de werknemer langer dan een jaar, inmiddels bijna een standaardlooptijd voor een concurrentiebeding, aan het beding zou moeten worden gehouden. De rechter beperkt het beding tot een jaar na de laatste werkdag van de werknemer.

Mét een vergoeding
Het beding belemmert de werknemer in dit geval te veel om ergens anders in dienst te treden en daarom is een vergoeding op zijn plaats. De rechter kent de werknemer een billijke vergoeding toe van 30% van het brutoloon gedurende het jaar van de looptijd van het beding.

LJN BZ2738
Kantonrechter Arnhem
Concurrentiebeding
Eerste aanleg
27 februari 2013

Dossier Jurisprudentie

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.