Eerste uitspraak over concurrentiebeding in tijdelijk contract: concreet formuleren

0

De zwaarwegende bedrijfsbelangen voor een concurrentiebeding in een tijdelijk contract moeten zeer concreet ingevuld worden, zo blijkt uit een van de eerste uitspraken hierover sinds de ingangsdatum van de nieuwe wet.

De situatie

Een consultant heeft een tijdelijk contract bij een detacheerder met daarin een geheimhoudingsbeding, een concurrentiebeding en een relatiebeding. Voor het concurrentiebeding zijn zwaarwegende bedrijfsbelangen geformuleerd, met als belangrijkste items de investering die het bedrijf doet in de opleiding van medewerkers in tijd en geld en de zeer concurrentiegevoelige branche waarin het bedrijf opereert.

Als de consultant het contract tussentijds opzegt en aan de slag wil bij een andere werkgever, wijst de detacheerder hem op het beding. Als de werkgever, ook na protest van de werknemer, volhardt in de handhaving van het beding, besluit de werknemer een kort geding aan te spannen. Ondertussen stelt hij zijn indiensttreding bij de nieuwe werkgever een maand uit.

Bij de rechter

De werknemer vordert in het kort geding schorsing van het concurrentiebeding. Het had überhaupt niet mogen worden opgenomen in zijn tijdelijke contract omdat er geen zwaarwegende bedrijfsbelangen waren. De benoemde studiekosten zijn in de praktijk ook nauwelijks gemaakt en de werknemer zegt ook geen specifieke kennis te hebben opgedaan zoals benoemd in het concurrentiebeding omdat hij was gedetacheerd. Relatiebeheer of acquisitie maakt ook helemaal geen deel uit van zijn nieuwe functie. Daarnaast wordt de eventueel door hem verworven kennis nog beschermd door zijn geheimhoudingsbeding. Hij vordert naast de schorsing ook een schadevergoeding omdat hij de indiensttreding bij zijn nieuwe werkgever nu een maand heeft moeten uitstellen.

Het oordeel

De rechter doet hier als eerste een rechterlijke uitspraak over de opname van een concurrentiebeding in een tijdelijk contract. De rechter overweegt dat de zwaarwegende bedrijfsbelangen die vereist zijn voor het opnemen van een concurrentiebeding in een tijdelijk contract heel duidelijk moeten zijn omschreven en er moet bij vermeld worden waarom die redenen nopen tot een uitzondering op de regel.

In dit geval verwacht de rechter dat een rechter in een bodemprocedure het concurrentiebeding zal vernietigen omdat de motivering niet voldoende concreet is. Zo zijn de specifieke kennis en de vertrouwelijke bedrijfsinformatie die de werknemer gaat verwerven  en die moeten worden beschermd door het beding  niet omschreven. Het beding spreekt ook van het ‘opgebouwde netwerk, marktgebied, de behoefte en de werkwijze van ‘ maar ook dat wordt niet nader ingevuld.

De rechter schorst het concurrentiebeding en wijst de vordering voor een schadevergoeding af. De werknemer is door de werkgever er meteen op gewezen dat die zou vasthouden aan het concurrentiebeding. Hij had op dat moment al een kort geding kunnen aanspannen maar heeft daar nog mee gewacht. En dat moet voor rekening blijven van de werknemer.

 

Gegevens rechtszaak: ECLI:NL:RBAMS:2015:486.

Datum uitspraak: 23 juli 2015

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.