Concurrentiebeding na faillissement niet meer geldig

1

Een contractuele plicht om ex-werknemers na een faillissement aan hun concurrentiebeding te houden, helpt de curator niet in zijn rechtszaak. Hij heeft geen zwaarwegend belang om na een jaar alsnog nakoming van het concurrentiebeding te vorderen.

De situatie

Een werknemer is al meer dan 25 jaar in dienst van een bedrijf dat deel uit maakt van een groep bedrijven in de chemische reinigingsbranche. Anderhalve maand voordat het bedrijf failliet gaat, krijgt de werknemer een andere functie. Een week voor het faillissement wordt hij op non-actief gesteld. Hij maakt bezwaar tegen de sanctie, maar hoort niets meer van het bedrijf. Hij krijgt alleen nog een ontslagbrief.
De activiteiten van het failliete bedrijf worden overgekocht door een BV uit de groep; ook een aantal werknemers gaan mee over. In het koopcontract word vastgelegd dat de curator de overige (ex)-werknemers moet houden aan hun concurrentiebeding.

Aan de slag bij de concurrent

De werknemer gaat aan de slag bij een concurrent. De curator spreekt de werknemer in een breif aan op het bestaan van het concurrentiebeding. De werknemer laat per fax weten dat hij inderdaad in dienst is getreden bij de betreffende concurrent, maar dat hij zijn concurrentie- en relatiebeding niet overtreedt. De werknemer hoort niets meer van de curator, tot de dagvaarding ruim een jaar later, in oktober 2010.

De vordering

De curator spant een rechtszaak aan tegen een ex-werknemer en vordert € 50.000 aan boetes omdat de werknemer het concurrentiebeding zou hebben overtreden. De boetes bedragen totaal het maximale bedrag van € 250.000 maar de curator wil het bedrag wel matigen tot € 50.000.

Het oordeel

De kantonrechter stelt dat de curator in een faillissementssituatie de werknemer alleen aan het concurrentie- en relatiebeding kan houden als hij daar een (inhoudelijk) zwaarwegend belang bij heeft. Een financieel belang is dus niet voldoende.

Geen actie, geen boete

De werknemer is voor het faillissement op non-actief gesteld. Op zijn bezwaar tegen die non-actiefstelling hebben de werkgever en later de curator tot de dagvaarding niet gereageerd. De werknemer mocht er daarom van uit gaan dat er kennelijk op zijn arbeid geen prijs meer werd gesteld. In de ontslagbrief van de curator wordt ook met geen woord gerept over het concurrentiebeding.
De kantonrechter vindt dat het onder deze omstandigheden de curator er niet mee weg komt zich te beroepen op het feit dat het concurrentiebeding nog steeds van kracht is. Ook de contractuele verplichting van de curator tegenover de koper is ook niet voldoende reden om zich op het beding te beroepen.
Bijkomend omstandigheid is dat de curator na de fax van de werknemer ruim een jaar geen actie heeft ondernomen. Pas na het verlopen van de looptijd van het concurrentiebeding (1 jaar)  wordt in een rechtszaak een boete gevorderd.
Dit alles bij elkaar opgeteld leidt tot de slotsom dat de curator geen zwaarwegend belang heeft om de boetes te vorderen. De kantonrechter wijst de vorderingen van de curator af.
 
LJN BQ9222
kantonrechter Winschoten
Concurrentiebeding en faillissement (art. 653 BW)
Eerste aanleg
14 juni 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. RJ van Egmond op

    mijn vraag is in hoeverre een eventueel concurrentiebeding vervalt als het bedrijf failliet gaat nadat je ontslag hebt genomen (paar maanden al weg bent)en door wordt gestart onder nadere naam en eigenaar.