Concurrentiebeding na derde tijdelijk contract niet handhaven

0

Een werknemer die na een derde tijdelijk contract geen vast contract krijgt, wordt te veel benadeeld door de handhaving van het concurrentiebeding, dat overigens pas tussentijds, in het laatste contract, is toegevoegd. De rechter schorst het concurrentiebeding.

De situatie

Een werknemer werkt bij een autobedrijf dat via internet auto’s veilt. Hij heeft inmiddels een derde tijdelijk contract en halverwege de looptijd van dat contract heeft hij in het kader van een interne reorganisatie, op verzoek van de werkgever, een nieuw contract getekend. Zijn eerste contracten bevatten alleen een relatiebeding maar in dit contract staat ook een concurrentiebeding.
Het contract wordt niet verlengd omdat de werknemer geen klik heeft met de nieuwe directeur. Als de werknemer een baan aangeboden krijgt van een concurrent, vraagt hij de werkgever of die hem wil ontheffen van zijn verplichtingen uit het concurrentiebeding. De werkgever wil dat niet en de werknemer stapt naar de kantonrechter.

De vordering

In een kort geding vraagt de werknemer om schorsing van het concurrentiebeding, en anders een vergoeding van 3.500 euro per maand voor de duur van het beding. Het beding belast hem onevenredig zwaar. Hij kan een baan krijgen die een aanzienlijke positieverbetering oplevert en minder reistijd. Als hij die baan niet accepteert, is hij aangewezen op WW en dat betekent een aanzienlijke inkomensdaling.

Het oordeel

De rechter stelt vast dat de partijen het erover eens zijn dat de werknemer door de baan aan te nemen het concurrentiebeding overtreedt. De potentiële nieuwe werkgever is een concurrent.

Belangenafweging
De rechter stelt ook vast dat het beding rechtsgeldig is en redelijk, maar hij schorst de werking van het beding wel. Naar verwachting zal het in een bodemprocedure niet in stand blijven. De belangenafweging die plaatsvindt, valt uit in het voordeel van de werknemer. De nadelige gevolgen bij handhaving wegen voor hem zwaarder dan de nadelige gevolgen voor de werkgever bij een schorsing van het beding. De relaties van de werkgever worden toch wel beschermd door een andere bepaling in het contract en de bescherming van de bedrijfsprocessen is niet zo evident omdat de manier van veilen van auto’s online voor iedereen zichtbaar is.

Onbillijke benadeling
Nu is alleen het zwaarder wegende belang van de werknemer niet voldoende om het beding te schorsen. De werknemer moet onbillijk erdoor benadeeld worden. De rechter concludeert op basis van de volgende omstandigheden dat dat inderdaad zo is:

  • De werkgever wilde de arbeidsovereenkomst niet verlengen.
  • Er zijn geen aanwijzingen dat de werknemer daarvoor een verwijt valt te maken.
  • In de eerste drie overeenkomsten was geen concurrentiebeding opgenomen.
  • Het laatste contract, dat halverwege de laatste contractperiode is voorgelegd, bevatte wel een concurrentiebeding alleen omdat de nieuwe directeur een uniform personeelsbeleid wilde.

De rechter schorst het concurrentiebeding; de werknemer kan het contract met zijn nieuwe werkgever tekenen.

LJN BV2272
Kantonrechter Den Bosch
Concurrentiebeding
Kort geding
31 januari 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.