Concurrentiebeding: inkomen werknemer van belang

0

Het belang van vier werknemers om hun inkomen te verdienen weegt zwaarder dan het belang van een bedrijf om te voorkomen dat de werknemers bij de concurrent gaan werken.

 

De situatie

Een bedrijf dat gespecialiseerd is in valbeveiliging daagt vier ex-werknemers voor de rechter wegens overtreding van hun concurrentiebeding. Drie werknemers hebben in januari 2013 ontslag genomen en een al eerder, in november 2011. Alle vier zijn ze bij dezelfde concurrent aan de slag gegaan, in eenzelfde soort functie als bij hun ex-werkgever.

Dienstjaren en inhoud beding
Werknemer 1, een monteur, is drie jaar in dienst geweest. Zijn concurrentiebeding heeft een looptijd van twee jaar. Hij heeft vlak voor het ontslag al zijn vakantie- en adv-dagen opgenomen en is nog tijdens zijn dienstverband aan de slag gegaan bij de nieuwe werkgever. De ex-werkgever heeft hem op zijn concurrentiebeding gewezen en heeft ook een boete wegens overtreding verrekend met de laatste loonbetaling. Werknemer 2 was ongeveer drie maanden in dienst toen hij ontslag nam. Werknemer 3, een logistiek medewerker, was negen maanden in dienst en had als enige een concurrentiebeding van een jaar, de overige drie hadden een beding met een looptijd van twee jaar. Werknemer 4, ook een monteur, is vier jaar in dienst geweest.

De vordering
De ex-werkgever vraagt de rechter onder meer om de werknemers te gebieden hun werk bij de concurrent te staken. Het bedrijf wil het marktleiderschap uitbreiden en heeft er groot belang bij om die positie via de concurrentiebedingen te beschermen. Verder beschuldigt de ex-werkgever de nieuwe werkgever van merkinbreuk. Die kwestie wordt ook in deze rechtszaak behandeld.

Het oordeel
De rechter oordeelt dat het belang van de werkgever zeker niet groter is dan dat van de vier ex-werknemers. Het bedrijf heeft niet geconcretiseerd dat het schade lijdt door de overstap van de vier werknemers. De werknemers hebben aangegeven dat ze bij de nieuwe werkgever veel beter af zijn, ze zijn opgelucht dat ze bij hun ex-werkgever weg zijn. De rechter stelt dat als de werknemers weglopen omdat ze elders betere arbeidsvoorwaarden krijgen en dat bedrijf prettiger met zijn werknemers omgaat, er dan bij de werknemers een belang is dat een aanzienlijk gewicht in de schaal van de belangenafweging mag leggen.

Geen kennis van bedrijfsstrategie
De werkgever heeft daarentegen nauwelijks geconcretiseerd hoe het bedrijf door het vasthouden van deze vier medewerkers zijn goodwill, knowhow en kennis beschermt. Het gaat om uitvoerende personeelsleden, waarvan niet is gebleken dat ze over bijzondere kennis van producten, totstandkoming van prijzen of informatie over de bedrijfsstrategie beschikken.

Een medewerker die al sinds 2011 weg is houden aan het concurrentiebeding vindt de rechter apert onredelijk. Bij de andere werknemers loopt het beding nog een halfjaar of anderhalf jaar terwijl hun dienstverband veel korter was, respectievelijk negen en drie maanden. De rechter ziet ook geen reden om hen, meer dan een halfjaar na hun vertrek, nog aan het beding te houden.

De rechter oordeelt dat de belangen van de werknemers om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien zwaarder wegen dan het belang van de werkgever dat zijn personeel niet gaat ‘ lopen’ .

De rechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de werknemers achteraf zijn betrokken in een strijd tussen twee concurrerende ondernemingen toen de nieuwe werkgever van de werknemers zich nadrukkelijker op de valbeveiligingsmarkt ging begeven.

Gegevens rechtszaak:
Lees de hele uitspraak
ECLI:NL:RBOBR:2013:4280. Datum uitspraak: 25 juli 2013
Lees meer over het concurrentiebeding

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Ingrid Kooijman

Mr. Ingrid Kooijman houdt de jurisprudentie scherp in de gaten. Wekelijks publiceert ze op XpertHR Actueel artikelen rondom arbeidsrecht.

Reageer