Begroting van SZW: aandachtspunten voor HR

0

Ieder ministerie brengt zijn eigen begroting in, zo ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Mr. Edith van Schie selecteert de onderwerpen in die begroting die van belang zijn voor HR.

1. Invoering loonkostenvoordelen en het minimumjeugdloonvoordeel

Voor werkgevers verdwijnen op 1 januari 2018 de premiekortingen voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Hiervoor komen vanaf 2018 loonkostenvoordelen (LKV’s) in de plaats. LKV’s gelden voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, zoals een ziekte of handicap. De nieuwe systematiek is eenvoudiger, robuuster en fraudebestendiger en lost de verzilveringsproblematiek voor met name kleine bedrijven op, aldus de minister van SZW.
Daarnaast kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar (minimumjeugdloonvoordeel). Dit moet bedrijven stimuleren om meer jongeren aan te nemen. De tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon die vanaf 1 juli 2017 is ingevoerd. Uitbetaling van LKV’s en minimumjeugdloonvoordeel over 2018 vindt in 2019 plaats. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) komt in 2018 voor het eerst tot uitbetaling.

2. Wet minimumloon van toepassing op overeenkomsten van opdracht

Vanaf 1 januari 2018 gaat het wettelijk minimumloon zonder nadere voorwaarden ook gelden voor personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht, tenzij het gaat om mensen die werkzaam zijn in de uitoefening van bedrijf of de zelfstandige uitoefening van beroep (en dus fiscaal als ondernemer beschouwd worden).
Naar aanleiding van een door de Eerste Kamer aangenomen motie heeft het kabinet toegezegd te regelen dat het wettelijk minimumloon ook gaat gelden voor personen die op basis van een andere overeenkomst tegen beloning werken, zoals een aanneem-, uitgeef-, of vervoersovereenkomst, eveneens met uitzondering van (fiscaal) zelfstandigen. Het ontwerpbesluit dat dit regelt is voor advies naar de Raad van State verzonden. Beoogde inwerkingtreding is per 1 januari 2018. De wijzigingen van de wet en het besluit hebben als doel oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen.
Onder de reikwijdte van deze wet vallen (inclusief de voorgestelde uitbreiding) circa 431.000 mensen die momenteel niet als werknemer en niet als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn. Hoewel een deel daarvan natuurlijk wel het wettelijk minimumloon zal verdienen, geldt dat voor een ander deel niet.

3. Start van programma beroepsziekten

In 2018 start een vierjarig programma preventie beroepsziekten. Het programma is in 2016 in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd en richt zich de eerste twee jaar in ieder geval op het voorkomen van nadelige gezondheidseffecten van het werken met gevaarlijke stoffen. Hierbij wordt in samenwerking met andere partijen ingezet op de versterking van de bewustwording en de aanpak van gezondheidsrisico’s van het werken met gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn middelen in de vorm van subsidies en opdrachten beschikbaar.

4. No-risk polis

Sinds de invoering van de Participatiewet en de Wet banenafspraak, nu tweeënhalf jaar geleden zijn enkele wettelijke wijzigingen doorgevoerd om tegemoet te komen aan belemmeringen die in de praktijk werden ervaren bij het in dienst nemen van medewerkers met een arbeidshandicap. In de begroting 2018 is verwerkt dat de no-riskpolis voor de doelgroep banenafspraak en beschut werk vanaf 2021 structureel is gemaakt. Dit moet de aarzeling wegnemen bij werkgevers om duurzame dienstverbanden aan te gaan.

5. Experimenten Participatiewet

Verschillende gemeenten zijn aangewezen om voor de duur van maximaal twee jaar te experimenteren bij de uitvoering van de Participatiewet. Deze gemeenten mogen afwijken van de Participatiewet. Zij mogen een tijdelijke intensivering van de arbeids- en re-integratieverplichtingen toepassen. Deze afwijking geldt ten aanzien van de voor de bijstandsgerechtigde geldende verplichting om werk te verkrijgen, te aanvaarden, te behouden. Maar ook voor de verplichting om een tegenprestatie te verrichten en voor de bepaling over de vrijlating van inkomsten uit arbeid.
Het doel van de experimenten is te onderzoeken hoe de Participatiewet met betrekking tot arbeidsinschakeling doeltreffender kan worden uitgevoerd.

6. Loonkostensubsidies en het WIA-arbeidsongeschiktheidscriterium

Het WIA-arbeidsongeschiktheidscriterium wordt aangepast voor mensen die met loonkostensubsidie werken in de Participatiewet. De beoogde inwerkingtredingsdatum is nu 1 januari 2019, dit is een jaar later dan vermeld in de begroting 2017.
In de normale WIA-systematiek worden deze werknemers met loonkostensubsidie bij ziekte vrijwel altijd volledig arbeidsongeschikt verklaard, omdat zij geen regulier werk kunnen verrichten waarmee zij minimaal het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Met de Participatiewet is vastgelegd dat bij het bepalen van het arbeidsongeschiktheidspercentage in de WIA rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat een werknemer met loonkostensubsidie heeft gewerkt.

7. Compensatieregeling oudere werknemers

De doelgroep van de compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen (no-riskpolis voor ouderen) wordt op 1 januari 2018 tijdelijk uitgebreid. De regeling wordt toegankelijk voor mensen die zijn geboren voor 1 januari 1962 en in 2018 of 2019 vanuit de WW als werknemer gaan werken. Voor deze mensen kan de werkgever een Ziektewetuitkering van het UWV krijgen als ze ziek worden. De maatregel is een uitwerking in het kader van het actieplan 8. Perspectief voor vijftigplussers.
Bedrijfspensioenfondsen mogen bij fusie gescheiden vermogens aanhouden
Het kabinet is voornemens om met ingang van 1 januari 2018 verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen de mogelijkheid te bieden om bij een fusie tijdelijk gescheiden vermogens aan te houden, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan ter bescherming van de deelnemer en de juridische houdbaarheid van de verplichtstelling.

8. (Versnelde) verhoging AOW-gerechtigde leeftijd

In 2013 is gestart met het stapsgewijs verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf 2016 is een versnelling aangebracht in de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd als gevolg van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. In 2018 wordt de AOW-gerechtigde leeftijd met 3 maanden verhoogd naar 66 jaar.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

mr. Edith van Schie

mr Edith (E.Th.) van Schie is freelance auteur en adviseur op het gebied van arbeidsrecht en HR. Zij schrijft geregeld voor XpertHR en XpertHR Checkit en XpertHR Actueel. Edith is jarenlang actief geweest als arbeidsrechtadvocaat, maar zij heeft de zaken ook een paar jaar van een ‘andere kant’ kunnen bekijken toen zij bij de rechtbank werkzaam was.

Reageer