Beding verplicht pensioenontslag in cao nietig

2

De vraag of ontslag bij het bereiken van de pensioenleeftijd terecht is, is niet 1-2-3 te beantwoorden.

Eerder vond een kantonrechter het uitgangspunt dat een arbeidsovereenkomst eindigt bij 65 jaar ‘niet meer van deze tijd’. (BJ 2450) In de onderstaande uitspraak vindt het hof Den Haag dat een beding in de cao over pensioenontslag in strijd is met de wet Wet gelijke behandeling leeftijd bij arbeid (Wgbla), en daarmee nietig.

De situatie

De arbeidsovereenkomst van een medewerker van het UWV wordt beëindigd wegens een verplicht pensioenontslag op 62-jarige leeftijd. Volgens de cao kan de werknemer een verzoek doen om een nieuw dienstverband dat dan uiterlijk eindigt als de werknemer 65 jaar wordt. De werkgever mag dit alleen weigeren als er een zwaarwegend bedrijfsbelang is. Omdat de werkgever het personeelsbestand met 50 procent moet inkrimpen, krijgt de werkneemster geen nieuw dienstverband.

De vordering

De werkneemster eist een verklaring voor recht dat haar arbeidsovereenkomst voortduurt, weder tewerkstelling en loondoorbetaling. De werkgever eist een verklaring voor recht dat hij een objectieve rechtvaardiging heeft voor het directe onderscheid naar leeftijd dat hij maakt. Als de arbeidsovereenkomst van de werknemer niet door het verplicht pensioenontslag wordt beëindigd, moeten een of meer jongere medewerkers in dezelfde functiegroep boventallig worden verklaard.  De kantonrechter geeft de werkneemster gelijk en wijst de vordering van de werkgever af. De werkgever gaat in hoger beroep.

Het oordeel

De werkgever beroept zich op de afspraken met vakbonden in het sociaal plan om het verplicht pensioenleeftijd op 62 jaar te handhaven. Daarnaast verlangt de werkgever ook solidariteit van de 62-jarige werknemers omdat er voor hen een nogal dure pensioenovergangsregeling geldt.

Maar het hof vindt het belang van baanbehoud voor de werkneemster te zwaarwegend. Daarbij speelt ook mee dat ze niet echt een uitkering uit het sociaal plan zal ontvangen. De werkneemster beroept zich volgens het hof terecht op de nietigheid van het beding uit de cao. De werkgever heeft volgens het hof geen zwaarwegend belang bij het onderscheid dat hij maakt op grond van leeftijd.

Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.

Wet gelijke behandeling leeftijd bij arbeid (Wgbla)

Onderscheid maken naar leeftijd is op grond van de Wgbla onder andere verboden bij het beëindigen van een arbeidsverhouding en bij arbeidsvoorwaarden. Een beëindiging van een arbeidsovereenkomst in strijd met dit artikel is vernietigbaar. De werkgever is dan overigens niet schadeplichtig. Bedingen die in strijd zijn met de bepalingen van de Wgbla zijn nietig. En daarop beroept de werknemer zich in dit geval terecht.

Bron: LJN BJ 4895
gerechtshof Den Haag
Procedure: hoger beroep
Datum: 04 augustus 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties