Arbeidsvoorwaarden ambtenaren aangepast

2

Binnenkort vergadert de Tweede Kamer over aanpassing van de bijzondere arbeidsvoorwaarden van ambtenaren.

Het lijkt erop dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren er wel gaat komen.

Volgens Asha Khoenkhoen, beleidsmedewerker van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), is het grootste verschil tussen gewone werknemers en ambtenaren dat die laatsten onder het bestuursrecht vallen. ‘De Ambtenarenwet is onderdeel van het bestuursrecht. Dat bestuursrecht is eigenlijk bedoeld om burgers te beschermen tegen politieke willekeur van de overheid. Maar van oudsher vallen ook ambtenaren er dus onder. Gewone werknemers vallen onder het civielrecht.’

Procedures

Het gevolg is dat wanneer de afdeling P&O bij een overheidsorganisatie iets probeert te regelen, men meer bezig is met het bewaken van de juiste procedures, dan met het oplossen van de zaak, zegt Paul Dubois van de VNG: ‘Stel, een ambtenaar is het niet eens met het verslag van een functioneringsgesprek. Dan kan hij nu eerst een bezwaarprocedure starten, en dan een beroepsprocedure. Terwijl in de private sector een bedrijf eerder tegen een werknemer zegt: “Schrijf jij je eigen verslag maar, dan doen we dat ook in het personeelsdossier.” Die laatste manier is veel oplossingsgerichter en praktischer. Bij de overheid ontstaan eindeloze trajecten door het bewaken van al deze procedures.’

Oorsprong

Waar komt die bijzondere rechtspositie vandaan? ‘Dubois: ‘Ambtenaren hadden als eerste een rechtspositie. Dat stamt nog uit de tijd van Koning Willem I (ongeveer 1815). Voor gewone werknemers werd de rechtspositie pas in de decennia daarop geregeld. De basisgedachte is dat ambtenaren extra beschermd moeten worden tegen politieke willekeur van de politici die hen aansturen. Zo stuurde minister Bomhoff enkele jaren geleden een secretaris-generaal de laan uit omdat die uitspraken had gedaan die hem niet bevielen.’

Goede zaak

De VNG vindt het een goede zaak dat de rechtspositie van ambtenaren wordt genormaliseerd, zegt Khoenkhoen: ‘Door de normalisatie krijg je een ontschotting op de arbeidsmarkt. Daardoor vindt er hopelijk meer arbeidsmobiliteit plaats. De komende jaren kan dat veel goeds betekenen voor overheidsorganisaties die vergrijzen en personeel nodig hebben.’

De praktijk

Overigens was de praktijk al aan het veranderen, zegt Dubois: ‘Formeel is het ontslagrecht van ambtenaren bijvoorbeeld veel strenger, maar in de praktijk is dat allang naar dat van gewone werknemers toe gegroeid. Ik weet niet of de vakbonden er hetzelfde over denken, maar in de praktijk zijn de verschillen kleiner dan vroeger.’

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. De ontschotting wordt niet bevorderd door het afschaffen van de rechtspositie.

    Fundamenteler zijn de belemmeringen bij het wisselen van werkgever, waarbij arbeidsvoorwaarden straks een probleem zullen vormen. Gezien de ontwikkelingen in de CAO-onderhandelingen bij het Rijk voorzie ik hier problemen qua uitgangspositie met het bedrijfsleven.

    Wakkere medewerkers zullen straks ook eerder gaan kijken naar de pensioenvoorziening, waarbij risico’s op toekomstige uitkeringen in ‘grijze’ fondsen (met namen overheid) een obstakel zullen vormen om personeel aan te trekken. Agv het P-akkoord lopen jongeren bij een niet evenwichtige leeftijdsverdeling van de populatie in het fonds de risico’s (onder de noemer solidariteit). Aangezien deze arbeidsvoorwaarde 1/5 van de beloning uitmaakt is de vraag of de idealen zullen prefaleren….

  2. Peter van den Berg op

    Geachte heer Van Ooijen,

    Leuk om via BB met u in discussie te reden.
    Ik ontken zeker niet dat er binnen ambtelijke organisaties niet veel zou veranderen. En ik ben het zeker niet eens met alle uitspraken van Davied van Berlo. Daarbij ben ik niet minachtend over ambtenaren, ik werk dagelijks met hen door het hele land en met veel plezier.
    Het is inderdaad zo dat Ambtenaren als eerste een rechtspositie hadden, stammend uit de tijd van Koning Willem I (ongeveer 1815). Voor gewone werknemers werd de rechtspositie pas in de decennia daarop geregeld. De basisgedachte is dat ambtenaren extra beschermd moeten worden tegen politieke willekeur van de politici die hen aansturen. Het gevolg is dat wanneer de afdeling P&O bij een overheidsorganisatie iets probeert te regelen, men meer bezig is met het bewaken van de juiste procedures, dan met het oplossen van de zaak.
    Ik denk dat meer flexibilisering van ambtelijke organisaties en de mogelijkheid om meer flexibel ambtenaren te kunnen inzetten, noodzakelijk is. Alleen al omdat de ontgroening en vergrijzing onverkort door gaat en versterkt wordt door de huidige financiele situatie van gemeenten waarbij op veel plaatsen overgegaan wordt tot personeelsreductie. Gevolg is dat het werk uiteindelijk met steeds minder mensen gedaan wordt en daarom slim georganiseerd en uitgevoerd. Flexibilisering en afspraken op hoofdlijnen en taken past daar in. Het terugbrengen van CAO-afspraken tot hoofdlijnen hoeft daarbij niet bedreigend te zijn en kan, mits zorgvuldig gedaan, leiden tot meer vrijheid om het werk uit te voeren en werkplezier omdat meer appel kan worden gedaan op werkelijke kwaliteiten van mensen. Als arbeidsvoorwaarden en voorrangsregelingen geen grote rol meer spelen, kunnen we ons dus eindelijk richten op de kwalificaties en vaardigheden van de medewerker In een krimpende overheid wordt menselijk kapitaal immers steeds belangrijker en zal leidinggevenden er toe dwingen veel beter te kijken naar wie ze in hun teams hebben werken en hoe de aanwezige kwaliteiten het beste tot hun recht kunnen komen. Er zullen daarom ook ongetwijfeld andersoortige eisen aan de kwaliteit van leidinggeven gesteld worden.
    Tenslotte: vergelijken van de ambtelijke cao met cao-afspraken uit het bedrijfsleven betreft een pakketvergelijking met voor- en nadelen waarvan de uitkomst discutabel is. De ervaringen bijvoorbeeld in de onderwijssector waarin een belangrijk deel van het personeel werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst, maken duidelijk dat een
    keuze voor het afschaffen van de ambtelijke status mogelijk is. De overgang van de medezeggenschap bij de overheid, die is ondergebracht in een tot dan toe alleen voor de marktsector geldende wet, de Wet op de Ondernemingsraden, heeft duidelijk gemaakt dat dit zeer wel mogelijk is. Dit neemt niet weg dat bij de wijze waarop dit gedaan is nog kanttekeningen te plaatsen zijn. Met namegeldt dit ten aanzien van de vormgeving van de bepalingen over het primaat van de politiek.

Reageer