Afwijken van cao-loon mag bij zwaarwegende omstandigheden

0

Een timmerman spreekt met zijn werkgever een lager loon af dan in de cao voorschrijft om zijn WAO-uitkering veilig te stellen. Als hij er later achter komt dat zijn WAO uitkering nooit in gevaar is geweest, eist hij betaling van het achterstallig loon. De rechter wijst zijn vordering af: in principe mag afwijken va de cao niet, maar dit zijn zwaarwegende omstandigheden waarin handhaving van de cao voor de werkgever onaanvaardbaar is. De werknemer heeft namelijk zelf om het lagere loon verzocht.

De situatie

Een timmerman met een WAO-uitkering komt in dienst van een schoonmaak- en uitzendbedrijf. Hij verzoekt om een lager uurloon dan de cao voorschrijft omdat hij anders zijn WAO-uitkering in gevaar brengt. Hij heeft zich daarover laten voorlichten door een financieel adviseur.  De werkgever gaat na een overleg met de financieel adviseur akkoord met het loon van €10,96 in plaats van de in de cao voorgeschreven € 13,20 per uur.

De vordering

De werknemer vordert nu betaling van achterstallig loon. Het is nooit zijn bedoeling geweest om minder te verdienen dan het cao-loon. Hij meent dat de afspraak over het lagere loon op grond van de Wet CAO nietig is.
De werkgever heeft in zijn verweer uitgebreid gemotiveerd aangegeven onder welke omstandigheden de afspraak tot stand is gekomen: op verzoek van de werknemer, na raadpleging van een financieel adviseur. Ook de werkgever heeft nog met de adviseur gesproken. Hij wilde niet achteraf in de problemen komen door de afspraak over het lagere loon.

Het oordeel

De kantonrechter overweegt dat de werknemer alleen maar heeft gesteld dat het nooit de bedoeling was minder te verdienen dan het cao-loon. Hij heeft dat verder niet onderbouwd of bewijs daarvan aangeboden. Daarom gaat de rechter er van uit de de afspraak op verzoek van de werknemer tot stand is gekomen. Vervolgens overweegt de rechter dat een afspraak in strijd met de cao in principe nietig is, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn die handhaving van de cao naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. En dat is in dit geval zo. De werknemer heeft zich laten voorlichten door een financieel adviseur en hij heeft willens en wetens het lage uurloon afgesproken om zijn uitkering veilig te stellen. Het zou onredelijk zijn om de werkgever – nu de werknemer blijkbaar beseft dat zijn uitkering niet in gevaar was – te confronteren met een eis om het achterstallige loon te betalen. De kantonrechter wijst de vordering vand e werknemer af.

Beding in strijd met cao nietig

In principe is elk beding dat in strijd is met de cao nietig op grond van artikel 12 Wet CAO. In zo’n geval gelden alsnog de bepalingen van de cao in plaats van die van het beding. De werkgever en de werknemer kunnen de nietigheid op elk moment inroepen.

LJN BJ8817
Kantonrechter Leeuwarden
Eerste aanleg
29 september 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer