Werknemer wil af van verplichtingen concurrentiebeding

0

Een werknemer wil af van de verplichtingen die voortkomen uit zijn
concurrentiebeding. Dat gaat de werkgever te ver, al wil die het beding wel
matigen.

Werknemer is voornemens elders te gaan werken en heeft UPS Systems M.G.E. B.V. verzocht het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding buiten werking te stellen.

Werkgever stemt hier niet mee in, maar wil het concurrentiebeding wel matigen. Werknemer vordert in kort geding te worden ontheven van zijn verplichtingen uit het concurrentiebeding of bij handhaving daarvan vanaf de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een maandelijkse schadevergoeding gelijk aan zijn huidige salaris. Subsidiair vordert werknemer schorsing van het concurrentiebeding totdat in een bodemprocedure hierover zal zijn beslist.

Uitspraak

De voorzieningenrechter oordeelt dat werknemer voldoende spoedeisend belang heeft bij een kort gedingprocedure. Hij stelt immers door de werking van een beding in zijn arbeidsovereenkomst onredelijk te worden belemmerd bij zijn streven om elders te gaan werken. Dat hij nog geen concreet uitzicht heeft op een functie elders, maakt dit niet anders.

De stelling van werknemer dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken ten gevolge van een fusie wordt niet gevolgd. Het enkele feit dat er een fusie heeft plaatsgehad is in het algemeen, en ook in dit geval, onvoldoende voor het aannemen van het oorzakelijk verband met het aanmerkelijk zwaarder gaan drukken van het beding (Hoge Raad 5 januari 2007, LJN AZ2221).

Ook het beroep op het beginsel van gelijke behandeling van gelijke gevallen faalt. Dat niet elke werknemer is gebonden aan een concurrentiebeding vloeit voort uit de recente fusie. Daarnaast staat het werkgever vrij per situatie te beoordelen in hoeverre hij een werknemer aan het einde van een dienstverband wil ontheffen uit zijn verplichtingen uit het concurrentiebeding.

Voorts moet het belang van werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding worden afgewogen tegen het belang van werknemer bij buiten werking stelling daarvan. Hoe deze afweging uitvalt is in belangrijke mate afhankelijk van de aard van het bedrijf waar werknemer in dienst wil treden en welke werkzaamheden hij daar zal verrichten. Nu werknemer zich hieromtrent niet heeft uitgelaten, kan deze belangenafweging niet plaatsvinden.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van werknemer derhalve af en veroordeelt hem in de proceskosten.

Bron: LJN BD2251

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer