Werknemer trekt aan kortste eind bij arbeidstijdconflict

0

Nederland kent ruime wetgeving om werknemers de gelegenheid te geven zorg en werk beter te combineren. Maar wanneer het tot een conflict komt met de werkgever, wint die laatste bijna altijd.

Dat blijkt uit onderzoek van Willemijn Roozendaal. Op 30 september 2011 promoveerde ze hierop aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Vanaf begin jaren ’90 van de vorige eeuw wordt de werkgever steeds meer geconfronteerd met privé-aangelegenheden van de werknemer. Die kreeg toen een aantal rechten voor een betere combinatie van arbeid en zorg (zoals recht op verlof en recht op werken in deeltijd). Werknemers met zorgtaken kregen daarmee een bijzondere geïndividualiseerde bescherming ten opzichte van ‘gewone’ werknemers om hun arbeidstijd te kunnen afstemmen op hun zorgtaken. De werkgever kreeg te maken met de omstandigheden in het privéleven van de werknemer, en moest zijn organisatie aan die omstandigheden aanpassen.

Niet makkelijker

Vaak wordt gedacht dat werknemers het daarmee makkelijker hebben gekregen. Toch is dat niet helemaal waar, zegt de promovenda: ‘In de Wet Arbeid en Zorg wordt wel aan werknemers gedacht, maar de Arbeidstijdenwet handelt juist omgekeerd. In die laatste wet hebben werkgevers veel meer mogelijkheden gekregen om de arbeidstijden vast te stellen volgens de behoefte van de onderneming. In die wet zijn de grenzen voor de werkgever dus juist ruimer geworden. Werknemers zijn daardoor gedwongen om zich steeds flexibeler op te stellen, ook als dat het combineren van werk en privé lastiger maakt.’
Wat daarbij komt, is dat de Wet Arbeid en Zorg in de praktijk eigenlijk alleen werkt voor mensen met een vast contract. Willen werknemers met een flexibel dienstverband kans houden op een vast contract, dan zullen ze geen gebruik moeten maken van de wettelijke mogelijkheden.

Casus 

Volgens Roozendaal zijn werkgevers tegenwoordig op grond van de wet meer belast met het inpassen van werknemers met zorgtaken in de organisatie. Maar daar staat tegenover dat van werknemers tegenwoordig veel meer flexibiliteit wordt gevraagd, ook als daarover andere afspraken waren gemaakt. Dat zie je met name terug in de rechtspraak.
Ze wijst op een casus van een werkneemster die de afspraak had gemaakt op maandag, dinsdag en woensdag te werken. ‘Op die dagen had ze kinderopvang geregeld. Toen het bedrijf overstapte op een vorm van ploegendienst, werd van de werkneemster ruimere beschikbaarheid verwacht, waardoor ze in problemen kwam met zorgtaken thuis. In een uitspraak van de kantonrechter werd de werkneemster verplicht om volgens het gewijzigde rooster te werken. Ook uit andere uitspraken blijkt dat de rechter het privébelang minder gewichtig beoordeelt dan het belang van de werkgever.’

Afspraak is afspraak

De ontwikkelingen verbazen Roozendaal: ‘In de hele samenleving geldt: afspraak is afspraak. Je kunt een contract pas veranderen als beide partijen het ermee eens zijn. Behalve hier: als een werkgever een redelijk voorstel doet, moet de werknemer het accepteren. En wat redelijk is, bepaalt de rechter. In de praktijk krijgt de werkgever praktisch altijd gelijk, vooral  als het gaat om arbeidstijdpatronen. Als het erg ingrijpend is, zoals het invoeren van nachtwerk, wordt er hooguit een overgangsperiode afgesproken. Dat iemand in de problemen komt met kinderopvang, speelt dan geen rol meer. Daarmee heeft de werkgever veel meer rechten dan welke partij dan ook in de samenleving.’

Pleidooi

Roozendaal richt in haar proefschrift een pleidooi tot rechters om werknemers meer ruimte te gunnen hun privéleven naar eigen inzicht in te richten. ‘De bemoeienis van rechters zou je kunnen zien als een ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een grondrecht dat onder andere staat voor de bescherming van autonomie en zeggenschap over het eigen leven. Ik denk dat wanneer werknemers dit grondrecht inroepen voor de rechter, ze iets meer kans maken om hun zaak te winnen. De samenleving lijkt nog maar één belang te zien: dat van de winstgevendheid van bedrijven. Met de juiste argumenten, bijvoorbeeld een beroep op dit grondrecht, zouden rechters daar weer tegenwicht aan kunnen bieden.’
 
Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.