Werkgever hoeft vaststellingsovereenkomst niet na te komen na fraude

0

Een werkgever hoeft de vaststellingsovereenkomst met een werknemer niet na te komen nadat er nieuwe fraudegevallen zijn ontdekt.

De situatie

Een werknemer wordt op in oktober 2009 op staande voet ontslagen omdat hij voor zichzelf spullen heeft besteld en laten betalen door de werkgever. Na het ontslag onderhandelen de partijen over de afwikkeling van het dienstverband. De werkgever bevestigt de afspraken in een brief. Die bevat onder ander de volgende afspraken: Er wordt een ontbindingsprocedure gestart. Als daarbij een vergoeding wordt toegekend dan zijn de partijen daar niet aan gebonden. Verder wordt afgesproken dat de werkgever tot aan de ontbinding het loon uitbetaalt maar dat de werknemer dit weer terugbetaalt. De werknemer heeft dan loonstroken die hij aan de uitkerende instantie kan overleggen. De werkgever trekt de aangifte bij de politie in en er wordt geheimhouding afgesproken, tenzij de partijen wettelijk verplicht zijn om informatie te vertrekken.

De partijen hebben op 10 november telefonisch overleg waarbij nog een paar wijzigingen worden aangebracht. Op 11 november zegt de werkgever per brief haar medewerking aan de beëindigingsovereenkomst op omdat er nieuwe gevallen van fraude en verduistering zijn ontdekt.

De vordering

De werknemer vordert in kort geding nakoming van de beëindigingsovereenkomst. De werkgever meent dat er helemaal geen overeenkomst tot stand is gekomen, danwel dat er sprake was van dwaling, danwel dat door de  onvoorziene omstandigheden de overeenkomst, gezien de redelijkheid en billijkheid, niet ongewijzigd in stand kan blijven.

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de wijzigingen uit het telefonisch overleg slechts marginale wijzigingen waren die de inhoud van de overeenkomst niet veranderden en concludeert dat er gewoon een overeenkomst tot stand is gekomen.

De vraag naar de uitvoering van de overeenkomst is een andere kwestie. De werkgever stelt dat zij, na het ontdekken van de nieuwe fraudegevallen, medewerking aan het krijgen van een WW-uitkering en het voorkomen van strafrechtelijke vervolging niet langer ethisch vindt.

De kantonrechter stelt ook vast dat de overeenkomst niet in strijd met de wet is omdat de partijen hebben vastgelegd dat als ze dat wettelijk verplicht zijn, zij de juiste informatie zullen verschaffen.

Maar er is wel spanning tussen de vrijheid om de eigen rechtspositie te bepalen en de goede zeden die voorschrijven dat rechtsprekende- en uitkerende instanties niet misleid mogen worden. Vanwege die spanning vindt de kantonrechter in dit kort geding dat de bezwaren meer ruimte behoren te krijgen dan anders en voorrang krijgen boven de onverkorte uitvoering van de overeenkomst. De vordering tot nakoming van de beëindigingsovereenkomst wordt afgewezen.

LJN BK8117
Kantonrechter Roermond
Vaststellingsovereenkomst
Kort geding
29 december 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.