Voorovereenkomst of MUP? Juiste formulering essentieel

4

Een niet goed geformuleerd oproepcontract kan de werkgever duur komen te staan. Elke oproep was volgens de rechter een nieuwe arbeidsovereenkomst. Nu zit de werkgever voorlopig nog even vast aan een verkoopster met wie hij dacht een tijdelijk oproepcontract te hebben gesloten.

De situatie

Een oproepkracht vordert bij de rechter loondoorbetaling omdat ze van mening is dat ze na de 4e verlenging van haar oproepcontract inmiddels een contract voor onbepaalde tijd heeft. Volgens de werkgever was het laatste contract nog steeds een tijdelijk contract dat van rechtswege is geëindigd op 31 december 2010.

De serie contracten zag er als volgt uit:

  • Oproepovereenkomst per 1 januari 2008, voor 12 maanden met de titel “Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Functie: oproepkracht Verkoop”. In de overeenkomst was de volgende bepaling opgenomen: “De werkgever is niet verplicht op te roepen. Echter eveneens is de werkneemster niet verplicht aan iedere oproep gehoor te geven. Er zijn dus geen vaste werktijden, er kan dus geen aanspraak op werk worden gemaakt.”
  • Wijziging per 1 maart 2008: “Werkneemster aanvaardt de functie van parttime medewerkster 12 t/m 31 uur met ingang van 01-03-2008 als wijziging op de arbeidsovereenkomst voor de functie oproepkracht Verkoop en eindigt derhalve onveranderd op 31-12-2008.”
  • De overeenkomst is op 1 januari 2009 en op 1 januari 2010 steeds stilzwijgend met 1 jaar verlengd.
    De werkgever is van mening dat de (3e) arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde op 31 december 2010 en vanaf die datum is ook een loon meer uitbetaald.

Het oordeel

De kantonrechter stelt vast dat het hier niet gaat om een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP) maar om een voorovereenkomst. En dat is nogal een essentieel verschil. Bij een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht is de werknemer verplicht om gehoor te geven aan een oproep van de werkgever.
De overeenkomst van de verkoopster was een voorovereenkomst, oordeelt de rechter, omdat er geen plicht tot oproepen of plicht om gehoor te geven aan een oproep was en omdat er geen recht op loondoorbetaling was tijdens ziekte. Elke oproep waaraan de verkoopster gehoor gaf, was daarmee een nieuwe arbeidsovereenkomst. In de eerste twee maanden is de werkneemster elke week opgeroepen en ook komen werken. Daarmee is al in de vierde week een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan, oordeelt de rechter. Dat in de kop van de overeenkomst staat “arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” doet daar niet aan af.
De werkgever moet het loon doorbetalen tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.

LJN BP8248
Kantonrechter Arnhem
Voorovereenkomst
Kort geding
16 maart 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

4 reacties

  1. Avatar

    In het laatste gedeelte van het artikel is abusievelijk bepaald en onbepaald verwisseld. Het zou moeten zijn: “Daarmee is al in de vierde week een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan, oordeelt de rechter. Dat in de kop van de overeenkomst staat ?arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd? doet daar niet aan af.”

  2. Avatar

    En de laatste zin: “De werkgever moet het loon doorbetalen tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is ge?indigd” zou dan betekenen tot pensioengerechtigde leeftijd of overlijden of een andere reden?

  3. Avatar
    Ingrid Kooijman op

    Beste Toine,
    Dat kan elke rechtsgeldige vorm van be?indiging (ontslag) zijn, bijvoorbeeld met een ontslagvergunning van het UWV, via een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter. En de werknemer kan natuurlijk ook zelf ontslag nemen.

Reageer