Verzoek tot ontbinding: rechter kijkt alleen naar laatste functie

2

Voor een werknemer die in zijn laatste functie eerst matig, later redelijk en dan weer minder goed functioneert, wordt ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht.

De rechter vindt het verzoek eigenlijk prematuur, maar omdat de werknemer zo wrokkig is, wordt het verzoek toch toegewezen. De arbeidsrelatie is te ernstig verstoord.

De situatie

De werknemer werkt voor een stichting, eerst als opzichter en later als communicatiemedewerker. Omdat de werknemer niet goed functioneert, worden er meerdere gesprekken gevoerd en wordt afgesproken dat de medewerker een externe opleiding gaat volgen en dat hij uiterlijk begin 2009 elders  gaat werken. Uiteindelijk krijgt hij toch nog een andere functie binnen de stichting. Eerst gaat het om een proefplaatsing en sinds februari 2008 werkt hij ‘vast’ als projectmedewerker. In februari 2009 wordt zijn functioneren beoordeeld als ‘bijna op het gewenste niveau’ en in november 2009 als ‘op het gewenste niveau’. Toch komt de stichting in augustus 2010 tijdens een werkoverleg weer met klachten over het functioneren van de werknemer. Naar aanleiding daarvan besluit de stichting op 27 oktober 2010 om te werken aan beëindiging van het dienstverband.

De vordering

De stichting verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinding wegens disfunctioneren.

Het verweer

De werknemer is het er totaal niet mee eens. Hij vindt dat de stichting zich de afgelopen tien jaar als onzorgvuldig werkgever heeft gedragen. Hij komt met een lange lijst met kritiek op  zijn werkgever.

Het oordeel

De kantonrechter geeft eerst aan dat met betrekking tot disfunctioneren alleen het functioneren van de werknemer in de laatste functie beoordeelt mag worden in deze zaak. De werknemer is na een succesvolle proefplaatsing overgeplaatst naar een nieuwe functie en het gaat hier om de vraag of hij in die functie te kort is geschoten.
De rechter oordeelt dat het besluit van de stichting tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te prematuur was. Na de het gesprek waarin de kritiek werd geuit – waardoor de werknemer zich nogal overvallen voelde- is er geen vervolg meer geweest. Er zijn geen gesprekken gevoerd, geen concrete afspraken gemaakt of verbeterpunten afgesproken. De stichting heeft de werknemer onvoldoende de gelegenheid gegeven om zijn functioneren te verbeteren.
Toch wordt de arbeidsovereenkomst door de rechter ontbonden. De kritiek van de werknemer wordt door de werkgever grotendeels weerlegd. Maar de verwijten zijn zo breed, en gaan zo ver in het verleden terug dat het duidt op een structureel en diep wantrouwen van de werknemer tegenover de stichting, en tegenover zijn leidinggevende in het bijzonder. De rechter oordeelt dat de arbeidsrelatie is onherstelbaar is verstoord en ontbindt de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding met correctiefactor 1.

LJN BP0471
Kantonrechter Zwolle
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst artikel 7:685 BW
Eerste aanleg
16 december 2011

Door mr. Ingrid Kooijman »

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Jan vd Zanden op

    Als de werkgever nog “even” de evaluatie in de nieuwe functie had afgewacht of hij had het ontslag aangevraagd in de oude functie, dan was de werkgever waarschijnlijk een fractie van de huidige toegekende ontslagvergoeding (? 55.250) kwijt geweest.
    Begrijpelijk emotioneel optreden van de werkgever (nu is het genoeg) na een periode van zeer compassievol werkgeverschap (zachte heelmeesters….) kost hem vaak veel geld. Zoals deze casus maar weer eens bewijst.

  2. Meneer Vd Zanden is kennelijk zo’n P&Oer waarbij het doel alle middelen heiligt.
    Maar goed dat er kantonrechters zijn die ook naar het functioneren van werkgevers kijken. Terecht constateert hij dat daar ook sprake is van disfunctioneren en even terecht hangt daar een prijskaartje aan.