Tweede verzoek tot voorwaardelijke ontbinding

0

Werknemer wordt verdacht van fraude. Werkgever vraagt ontbinding van de
arbeidsovereenkomst terwijl het onderzoek naar de fraude nog loopt. Na afwijzing
van dit verzoek probeert de werkgever het opnieuw.

Werknemer is op 1 april 2000 als Senior Account Manager in dienst getreden van Fujitsu Services BV. Op 19 oktober 2007 heeft werkgever werknemer op non-actief gesteld in verband met het vermoeden dat hij betrokken was bij fraude. Werkgever heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld om hiernaar onderzoek te doen.

Op 6 november 2007, toen het onderzoek nog niet was afgerond, heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen, wegens het vervalsen van handtekeningen en achterhouden van correspondentie. Op 12 december 2007 oordeelde Hoffmann dat werknemer hoogst waarschijnlijk had gefraudeerd.

Op 14 december 2007 heeft werkgever verzocht om (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst maar de kantonrechter wees het verzoek af omdat nader onderzoek nodig zou zijn naar de door de werkgever geuite beschuldigingen en omdat er onvoldoende grond was voor ontbinding.

Werkgever verzoekt dan opnieuw voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst en voert onder meer aan dat inmiddels is gebleken dat werknemer een nieuwe baan heeft.

Uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat een tweede verzoek dat binnen korte tijd na afwijzing van het eerdere verzoek is gedaan, met de nodige terughoudendheid dient te worden beoordeeld om te voorkomen dat het tweede ontbindingsverzoek in feite een verkapt hoger beroep is. Daarom moeten er nieuwe feiten worden aangedragen. De feiten die in de eerdere ontbindingsprocedure zijn besproken worden buiten beschouwing gelaten.

De stelling dat werknemer een nieuwe baan heeft kan niet tot ontbinding leiden. Werkgever had van de eerste beschikking herroeping kunnen vragen op de grond dat werknemer in dat geding bedrog heeft gepleegd. Nu werkgever dit niet heeft gedaan, kan het enkele feit van dit bedrog niet tot ontbinding leiden. Daartegen verzet zich het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, omdat de onderhavige nieuwe procedure in dat geval zou fungeren als een verkapt hoger beroep.

Verder is niet gebleken dat werknemer een andere baan heeft gevonden. Werkgever kan geen beroep doen op het verbod van nevenarbeid, omdat zij zich steeds op het standpunt is blijven stellen dat de arbeidsovereenkomst door het ontslag op staande voet is geëindigd. Ook de andere feiten rechtvaardigen geen ontbinding, zodat het verzoek wordt afgewezen.

Bron: LJN BC9871 en JAR2008/137

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer