Payroller let niet goed op: conversie naar vast contract

0

Een payroller laat onbedoeld een tijdelijk contract converteren in een vast contract omdat er te vaak stilzwijgend verlengd is. De vraag is wiens risico dat is: dat van de feitelijke werkgever of van de payroller.

 

De situatie

Een payrollbedrijf in de scheepvaartsector heeft de verloning van een kapitein op zich genomen. Het is een korte tijdelijke situatie totdat het scheepvaartbedrijf dat de kapitein nodig heeft een personeels-BV heeft opgericht.
Het payrollbedrijf geeft de man per 1 maart 2011 een arbeidsovereenkomst van een maand waarin staat dat dit in overleg langer of korter kan worden. Deze arbeidsovereenkomst is meerdere malen stilzwijgend verlengd. Het bedrijf waar de kapitein werkt, geeft aan dat het de kapitein per 1 november 2011 niet meer nodig heeft. De rekening over oktober betaalt het bedrijf om onduidelijke redenen niet. De kapitein beroept zich er in januari 2012 op dat hij inmiddels een arbeidsovereenkomst heeft voor onbepaalde tijd. Het scheepvaartbedrijf wil geen declaraties van de payroller meer betalen.

De vordering

Het payrollbedrijf stapt naar de rechter om een bedrag van bijna 43.000 euro te vorderen van het scheepvaartbedrijf. Het gaat om de declaraties over de maanden oktober 2011 tot en met maart 2012.

Het oordeel

Het gaat hier om de vraag voor wiens rekening en risico het is dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (art. 7:668a BW) en wie de financiële consequenties daarvan moet dragen.
Het scheepvaartbedrijf stelt te hebben aangegeven dat het contract voor maximaal de duur van de reis had moeten zijn: van 1 maart 2011 tot 31 oktober 2011. De payroller zegt dat het scheepvaartbedrijf heeft gevraagd om een arbeidsovereenkomst van een maand die dan telkens verlengd zou worden.
De rechter stelt dat ongeacht wat de vraag aan het payrollbedrijf precies is geweest, zo’ n bedrijf op de hoogte hoort te zijn van de toepasselijke wetgeving. De payroller had het bedrijf moeten waarschuwen voor de mogelijke conversie van het tijdelijk contract. De payroller moet de werkgeversaansprakelijkheid van die conversie dragen, oordeelt de rechter. Het scheepvaartbedrijf moet nog wel de openstaande factuur van oktober betalen.

LJN BY5786
Rechtbank Arnhem
Keten van contracten
Eerste aanleg
14 november 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer