Onder druk getekend concurrentiebeding ongeldig

0

Werkgevers willen hun nieuwe werknemers nogal eens een arbeidsovereenkomst voorleggen met een concurrentiebeding erin waar de werknemer eigenlijk niet blij mee is. Toch tekent de werknemer dan, omdat hij zich min of meer gedwongen voelt. In deze rechtszaak leidde dat tot ongeldigverklaring van het beding.

De situatie

Een werknemer is al twintig jaar in dienst als het bedrijf waar hij voor werkt, failliet gaat. Er is een bijeenkomst voor het personeel waarin het faillissement gemeld wordt. De eigenaren vertellen dat ze een doorstart gaan maken en dat de werknemers meteen na de bijeenkomst een voor een worden uitgenodigd op kantoor om een nieuwe arbeidsovereenkomst te tekenen. In de vergadering hebben de eigenaren aangegeven dat de werknemers alleen in aanmerking komen voor loonbetaling via het UWV als ze deze nieuwe arbeidsovereenkomst ondertekenen. De werknemer kan de overeenkomst alleen maar vluchtig doornemen. Hij geeft wel aan dat hij moeite heeft met het concurrentiebeding. De werkgever zegt daarop dat dit alleen maar een standaardbepaling is en dat hij daar toch niet aan gehouden wordt.
De werknemer tekent de arbeidsovereenkomst maar geeft een paar dagen later nog eens aan dat het concurrentiebeding hem niet lekker zit. Een paar maanden later neemt hij ontslag en gaat voor een ander bedrijf werken. De ex-werkgever spreekt hem aan op het schenden van het concurrentiebeding. Daar staat in het contract een boete op van 10.000 euro per overtreding en 10.000 euro voor elke dag dat de overtreding voortduurt.

De vordering in het kort geding
In een kort geding vraagt de ex-werkgever aan de rechter om de werknemer te verbieden voor de concurrent te werken. De rechter wijst die vordering af en de werkgever start een bodemprocedure waarin hij 1.490.000 euro aan boete voor overtreding van het concurrentiebeding eist.

Het oordeel
De vraag is hier of bij het tekenen van de arbeidsovereenkomst de wil van de werknemer gericht was op het rechtsgevolg: het aangaan van het concurrentiebeding. De rechter stelt vast dat de werknemer vooraf en achteraf bezwaren heeft geuit tegen het beding. De werkgever had die signalen niet mogen negeren. En mocht er daarom ook niet op vertrouwen dat de wil van de werknemer met het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst ook gericht was op het overeenkomen van een concurrentiebeding. De werkgever heeft hier de onderzoeksplicht geschonden en heeft zich niet als goed werkgever gedragen. Hij had de werknemer de tijd moeten gunnen om het contract rustig door te nemen en eventueel deskundig advies in te winnen. De rechter stelt vast dat de werknemer zich mogelijk gedwongen voelde om te tekenen om zijn loonbetaling veilig te stellen. Het beding was daarom vernietigbaar.

Gegevens rechtszaak:

JAR 2013/135, bodemprocedure in eerste aanleg bij de kantonrechter Rotterdam. Datum uitspraak:
29 maart 2013

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.