Nieuwe regelingen rondom sparen

3

Op Prinsjesdag maakte het kabinet bekend dat er een nieuwe spaarregeling komt: het flexsparen. Die komt in de plaats van het spaarloon en de levensloopregeling, waarvan al eerder bekend werd dat die zouden verdwijnen.

De spaarloonregeling vervalt. Vanaf 2012 is het niet meer mogelijk in te leggen in een spaarloonregeling. Het opgebouwde spaarvermogen valt in beginsel vrij in 2013. De levensloopregeling wordt voor een groot deel afgeschaft, maar niet voor iedereen. In principe kunnen alleen de werknemers die op 31-12-2011 een positief saldo op hun levenslooprekening hebben staan, nog deelnemen in 2012. Vanaf 2013 geldt de levensloopregeling alleen nog voor die deelnemers die op 31 december 2012 58 jaar of ouder zijn.

Nieuwe verandering

Overigens is dit de stand van zaken op dit moment. Minister Kamp heeft al aangekondigd de overgangsmaatregel zodanig te willen wijzigen dat deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 ten minste € 3.000 op hun levenslooprekening hebben staan onder dezelfde voorwaarden kunnen blijven inleggen in de levensloopregeling. Enige beperking is dan wel dat er geen levensloopverlofkorting meer wordt opgebouwd.

Overgang

Iedereen heeft de mogelijkheid om het levenslooptegoed in 2013 geruisloos om te zetten naar het nieuwe flexsparen. Is het levenslooptegoed op 31 december 2013 niet omgezet naar een flexspaarregeling, dan wordt het volledige levenslooptegoed belast als loon uit tegenwoordige arbeid. De deelnemer blijft wel recht houden op de opgebouwde levensloopverlofkorting. In een later stadium wordt bekend gemaakt hoe de deelnemende werknemer de nog resterende levensloopverlofkorting kan benutten.

Nieuw: flexsparen

De nieuwe regeling, die spaarloon en levensloopregeling vervangt, is het flexsparen. Volgens Dik van Leeuwerden, Manager van het kenniscentrum Wet- en Regelgeving van ADP, wordt het een toegankelijke regeling: ‘En het fijne voor werkgevers is dat het helemaal buiten hen omgaat. Nu moeten werkgevers allerlei dingen bijhouden voor de spaarloon en levensloop regelingen. Dat vervalt omdat vanaf straks alles zich afspeelt in de sfeer van de inkomstenbelasting.’

De regeling

Iedereen die inkomen uit werk heeft (Box 1) kan vanaf 2013 flexsparen. Werknemers (maar ook zelfstandigen) kunnen dit doen bij een bank of verzekeringsmaatschappij. Van Leeuwerden: ‘Mensen mogen maximaal 5.000 euro per jaar inleggen en dit in mindering op het inkomen brengen. Het tegoed mag niet meer zijn dan 20.000 euro. Het spaartegoed kan opgenomen worden zonder beperkingen of voorschriften. Dat is natuurlijk heel fijn, voorheen kon dat niet. Het probleem is alleen: stel dat je een wereldreis wilt maken, dan begin je niet zo heel veel met 20.000 euro.Verder wordt, als je 62 jaar of ouder bent, de opnamemogelijkheid beperkt tot € 10.000 per jaar. Zo kan flexsparen niet een alternatief voor vroegpensioen worden.’
De opname van het spaartegoed is belast in het jaar van opname in Box 1 in de inkomstenbelasting. Banken en verzekeraars moeten bij uitbetaling standaard 42% loonheffing inhouden als voorheffing. Deze loonheffing wordt verrekend met de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting.

Voor- en nadelen voor werkgever

Het voordeel voor werkgevers is dat ze minder administratieve lasten hebben. Ook betalen werkgevers niet langer de 25% eindheffing over het spaarloon. Nadeel is wel dat de inleg in het spaarloon  in mindering kon worden gebracht op de premie voor werknemersverzekeringen. Dat valt nu weg, waardoor werkgevers meer gaan betalen. Per saldo zullen werkgevers er niet veel op voor- of achteruit gaan.’

Werkbonus

Tot slot komt er een werkbonus. Deze werkbonus vervangt de (verhoogde) arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus. In 2012 vervalt al de verhoging van de arbeidskorting voor oudere werknemers. Per 2013 vervalt ook de doorwerkbonus en komt de werkbonus. ‘Voor werkgevers verandert er niet zo heel veel, maar voor werknemers wel. De werkbonus wordt in 2013 meteen met het loon verrekend. De huidige doorwerkbonus moeten werknemers nu nog via de inkomstenbelasting te gelde maken. Als je in het voorjaar van  2012 aangifte doet over 2011, heb je op z’n vroegst pas in de zomer bericht van de Belastingdienst. Dat wordt vanaf straks dus allemaal sneller.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees ook:
> Miljoenennota 2012: frauderende bedrijven hard aangepakt
> P&O’ers verdeeld over Miljoenennota

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Een leuk artikel maar wat mij betreft niet volledig. Hoe is de overgang geregeld voor die mensen die nu nog steeds deelnemen aan het spaarloon en nog nooit hebben deelgenomen aan de levensloop regeling?
    En hoe zit het met die mensen die of hun spaarloonregeling og hun levensloopregeling hebben gekoppeld aan bijv. een lijfrentepolis als aanvulling op hun toekomstigepensioen? Deze mensen kunnen niet voldoen aan de genoemde voorwaarde m.b.t. het saldo op 31 december 2011 omdat hun geld meteen wordt verder geleid naar een verzekeringspolis als zijnde te betalen premie.

  2. En op dit soort monsterconstructies zitten vele ambtenaren maanden te studeren en te vergaderen. Joepie hoeveel jaar gaan we profijt hebben van deze fantastische regeling. Zou hij de 5 jaar overleven?

  3. WIE HIERAAN GAAT DEELNEMEN
    IS EEN TOEKOMSTIGE DIEF VAN ZIJN EIGEN PORTOMONNEE.
    Het is inmiddels maar al te goed bekend, dat alle mogelijkheden om te sparen, wat ooit zo gestimuleerd werd als een appeltje voor de dorst, dit allemaal weer wordt teruggedraaid en/of onder minder gunstige voorwaarden kan worden omgezet. Zie de VUT. Zie de Pr?pensioen. Zie de AOW. Zie de AWW. Zie de WAO. Zie de premie-spaarregeling. Zie de Levensloopregeling. Zie de Ouderdomspensioeregeling. Zie de partnertoeslag AOW-regeling. Zie de ANW-regeling en nu ook de Spaarloonregeling. Waar moet je eigenlijk nog voor sparen als alles je toch weer ontnomen wordt of eerst moet “opeten” voordat je in aanmerking komt voor een uitkering. Begrijpelijk is dan ook dat de jongere generaties hun geld zeer snel uitgeven en vaak met schulden zitten. Komen ze wel eerder in aanmerking voor een uitkering, dan de oudere generaties, die altijd spaarzaam zijn geweest.