Nevenfunctie toegestaan ondanks verbod

0

Een nevenfunctie van werknemer is niet in strijd met het verbod op
nevenactiviteiten in de arbeidsovereenkomst.

Werknemer is bij het Westfries Gasthuis in dienst als oogarts. Zowel in de arbeidsovereenkomst als in de cao is opgenomen dat het behoudens toestemming van werkgever het werknemer verboden is nevenwerkzaamheden te verrichten. De arbeidsovereenkomst kent geen concurrentiebeding of relatiebeding.

Werknemer maakt deel uit van de Raad van Bestuur van de stichting Oog voor Zorg. Deze stichting beoogt te komen tot de vestiging van een zelfstandig behandelcentrum voor oogheelkunde. Voor zijn betrokkenheid bij de stichting heeft werknemer geen toestemming van werkgever gevraagd of gekregen.

Werkgever eist dat werknemer binnen 24 uur ontslag neemt als bestuurder van Oog voor Zorg, de werkzaamheden voor de stichting onmiddellijk staakt en dat werknemer het gebod op nevenwerkzaamheden naleeft.

Werkgever is van mening dat werknemer door de activiteiten bij de stichting in strijd handelt met het verbod tot het verrichten van nevenwerkzaamheden. Daarnaast doet werknemer zijn werkgever directe concurrentie aan, aangezien werkgever zelf plannen heeft om in dezelfde gemeente een zelfstandig behandelcentrum op te richten.

Werknemer stelt zich op het standpunt dat de activiteiten van de stichting zich nog in een oriëntatiefase bevinden. Mocht tot de conclusie worden gekomen dat een zelfstandig behandelcentrum levensvatbaar is, dan zal werknemer de benodigde toestemming aan zijn werkgever vragen.

De kantonrechter is van oordeel dat werkgever beducht is voor concurrerende activiteiten van zelfstandige behandelcentra die zich specialiseren in één specialisme in dezelfde regio als werkgever. Door het ontbreken van een concurrentie- of relatiebeding in de arbeidsovereenkomst, is het niet aannemelijk dat dit een belang is dat de werkgever heeft willen beschermen

Toch ligt het voor de hand dat werkgever een dergelijke concurrerende nevenactiviteit in combinatie met een dienstbetrekking bij haar ziekenhuis van haar toestemming afhankelijk moet kunnen stellen.

Maar zolang de activiteiten van de werknemer een voorbereidend karakter hebben en niet blijkt dat deze van werknemer een zodanige inspanning vergen dat de kwaliteit van zijn werkzaamheden bij werkgever daardoor zou kunnen worden geschaad, kunnen deze hem vooralsnog niet worden verboden.

De kantonrechter wijst de vorderingen van werkgever af.

Bron: LJN BF8051
Kantonrechter Hoorn
Datum: 18-07-2008

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer