Na mediation toch naar de rechter

0

Een goede relatie tussen werkgever en werknemer loopt averij op tijdens een ziekteperiode. Mediation helpt niet, maar beide partijen betreuren de zaak en bieden excuses aan tijdens de rechtszaak.

Geen van de partijen treft meer blaam dan de andere, oordeelt de rechter. Daarom is € 2.000 een redelijke vergoeding voor de werkneemster.

De situatie

Een werkneemster is als enige werknemer in dienst bij een werkgever. Ze doorloopt een ontwikkelingstraject met als doel dat ze tot directeur van het bedrijf wordt benoemd. Op 20 oktober 2010 meldt ze zich ziek. Zij probeert te reïntegreren maar dat lukt niet.
Voordat de werkneemster ziek werd, was de samenwerking en contact tussen de partijen intensief. Maar tijdens de ziekte periode gaat het fout. De zaak gaat rollen als de werkneemster op advies van haar psycholoog het contact met de werkgever verbreekt. Van het een komt het ander en er vallen harde woorden en beledigen van de kant van de werkgever. Na de mislukte reïntegratie wordt – zonder succes – een mediationtraject gestart. Daarna stuurt de werkneemster de werkgever een aantal e-mails waardoor de relatie definitief verstoord raakt.

De vordering

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De  werkneemster heeft haar werkgever herhaaldelijk, gedurende een langere periode en met toenemende kracht grovelijk beledigd. De arbeidsrelatie is door toedoen van werkneemster volstrekt verstoord.

Het oordeel

De kantonrechter stelt eerst vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod omdat de gezondheidstoestand van werkneemster niet de reden voor de gevraagde ontbinding is.
De rechter oordeelt dat de werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een dringende reden is om de de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
De werkneemster is onder meer uitgevallen met ‘psychische klachten die beperkingen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren tot gevolg hebben’. Gezien die medische problematiek is geen sprake van een dringende reden.
Het is wel duidelijk dat de arbeidsrelatie is verstoord. Met het oog op de vergoeding overweegt de rechter dat het erop lijkt dat geen van beide partijen in overwegende mate schuld heeft aan het de ontstane situatie. Beide partijen hebben erkend fouten te hebben gemaakt, en hebben hiervoor hun excuses aangeboden. De kantonrechter vindt € 2.000 een redelijke vergoeding.

LJN BQ7681
Kantonrechter Maastricht
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Eerste aanleg
12 mei 2011

Door mr. Ingrid Kooiman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.