Na een functiewijziging een nieuw concurrentiebeding overeenkomen?

1

Een concurrentiebeding kan zijn geldigheid verliezen na een ingrijpende
functiewijziging, indien door deze wijziging het concurrentiebeding aanmerkelijk
zwaarder gaat drukken op de werknemer. Dit is al bijna dertig jaar geleden
bepaald door de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland, de Hoge
Raad.

Recentelijk heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het “zwaarder drukken” van het concurrentiebeding  na een functiewijziging. Op het eerste gezicht lijkt deze uitspraak de positie van de werkgever te versterken. Maar is dat ook zo?

Een werkgever komt bij indiensttreding van een werknemer vaak een concurrentiebeding met de werknemer overeen. Het doel hiervan is om de concurrentiepositie van de werkgever te beschermen na uitdiensttreding van de werknemer. Voordat wij ingaan op de geldigheid van een concurrentiebeding na een ingrijpende functiewijziging en de recente uitspraak van de Hoge Raad, besteden wij hieronder eerst kort aandacht aan de vereisten voor het aangaan van een geldig concurrentiebeding.

Wat zijn de vereisten voor een geldig concurrentiebeding bij aanvang van de arbeidsovereenkomst?

Een concurrentiebeding kan voor een werknemer vergaande gevolgen hebben na het einde van de arbeidsovereenkomst. De werknemer kan namelijk op ernstige wijze worden belemmerd in het vinden van een nieuwe werkkring en dus in de mogelijkheden om in zijn levensonderhoud te voorzien. Om die reden heeft de wetgever formele eisen gesteld aan een geldig concurrentiebeding, namelijk dat een concurrentiebeding schriftelijk overeengekomen dient te worden met een meerderjarige werknemer. Indien aan deze vereisten niet is voldaan, is het concurrentiebeding niet geldig en kan de werkgever geen beroep op het concurrentiebeding doen.

Betekent een eenmaal geldig overeengekomen concurrentiebeding dat de belangen van de werkgever vanaf dat moment voldoende beschermd zijn?

Een overeengekomen concurrentiebeding kan in de loop van de arbeidsrelatie zijn geldigheid verliezen. Bijvoorbeeld wanneer een ingrijpende functiewijziging heeft plaatsgevonden tijdens het dienstverband.

Het komt regelmatig voor dat een werknemer tijdens zijn dienstverband een andere functie gaat vervullen, zonder dat een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangegaan. Het gevolg van een dergelijke functiewijziging kan zijn dat het bestaande concurrentiebeding zwaarder gaat drukken op de werknemer. Onder ‘zwaarder drukken’ wordt – kort gezegd – verstaan dat het voor een werknemer moeilijker zal zijn om een nieuwe gelijkwaardige baan te vinden. De vraag of een baan gelijkwaardig is, hangt af van de feitelijke situatie, waarbij naast het salarisniveau ook de status, de intellectuele uitdaging, de werktijden en de reisafstand van belang zijn.

Uit de lagere rechtspraak blijkt dat rechters snel oordelen dat een concurrentiebeding zijn geldigheid verliest na een ingrijpende functiewijziging. Enkel een ingrijpende functiewijziging wordt vaak voldoende geacht om aan te nemen dat een concurrentiebeding in het geheel niet meer geldig was. Er werd dan niet onderzocht of de ingrijpende functiewijziging daadwerkelijk tot gevolg had dat het concurrentiebeding zwaarder was gaan drukken op de werknemer.

Wat heeft de Hoge Raad nu recent geoordeeld met betrekking tot een ingrijpende functiewijziging en de geldigheid van een concurrentiebeding?

Recent heeft de Hoge Raad – samengevat – bepaald dat de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd niet alleen zal moeten onderzoeken of er sprake is van een ingrijpende functiewijziging, maar ook zal moeten oordelen of de wijziging van de functie bij handhaving van het concurrentiebeding een grotere belemmering voor de werknemer vormt om een nieuwe gelijkwaardige baan te vinden.

De enkele vaststelling dat zich een ingrijpende functiewijziging heeft voorgedaan, is dus niet voldoende om aan te nemen dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken en dientengevolge niet meer geldig is. Hierdoor komt op de rechter een zwaardere onderzoeks- en motiveringsplicht te rusten. De werknemer zal meer dan voorheen moeten aantonen in hoeverre de functiewijziging tot gevolg heeft dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Hij zal een vergelijking moeten maken tussen zijn positie op de arbeidsmarkt voor en na de ingrijpende functiewijziging. Dat zal geen sinecure zijn, zeker niet indien de functiewijziging redelijkerwijs voor de werknemer was te voorzien.

Verder is van belang dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het concurrentiebeding niet per definitie in zijn volle omvang komt te vervallen, indien en zodra er sprake is van een ingrijpende functiewijziging waardoor het concurrentiebeding zwaarder op de werknemer is gaan drukken. De rechter moet volgens de Hoge Raad in dat geval onderzoeken voor welk deel het concurrentiebeding zijn geldigheid verliest, Het is dus niet per definitie meer een kwestie van alles of niets.

Of het het gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad is dat concurrentiebedingen ook na ingrijpende functiewijzigingen minder snel hun geldigheid zullen verliezen, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Waar doet een werkgever nu goed aan bij een ingrijpende functiewijziging?

Ondanks het feit dat de uitspraak van de Hoge Raad de positie van de werkgever lijkt te versterken, blijft het voor werkgevers toch aan te raden om bij een ingrijpende functiewijziging opnieuw een schriftelijk concurrentiebeding overeen te komen met de werknemer. Voor de werknemer is dan duidelijk waarvoor hij tekent, zodat discussies achteraf zoveel mogelijk worden voorkomen. 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. theunissen op

    ben uitvaartadviseur bij dela.heb een basissalaris en daar bovenop provisie.door de ontwikkelingen bij dela,ook andere verzekeringen,en de cursussen en opleidingen die schijnbaar noodzakelijk zijn op hoger niveau,kan ik deze niet meer bijhouden.echter de verzekeringen die ik tot nu toe gedaan heb[sinds 01-1991 bij dela] gaan uitstekend.ben ook dit jaar weer als 7e geeindigd landelijk van de 62 adviseurs.nu hebben zij mij voor de keuze gesteld,dit gewoon handhaven,of,de functie van serviceadviseur beginnen.dit houd in dat ik dan mijn basissalaris behoud,maar geen recht meer heb op provisie,wat toch best wel een aderlating is.ter compensatie krijg ik dan het eerste jaar een brutocompensatie van 1000 euro,daarna krijg ik tot mijn 65e alleen nog mijn basissalaris.hierbij komt dan nog mijn vpl van 799 euro bruto,wat ik nu ook heb.mocht ik echter mijn huidige positie willen handhaven dan moet ik wel aan deze cursussen en opleidingen deelnemen,en slagen,waarvan ik nu al weet dat mij dit niet zal lukken.kunt u mij in deze raad geven?

Reageer