Na 13 tijdelijke arbeidsovereenkomsten geen vast contract

0

Een Duitse werkneemster die in elf jaar tijd dertien tijdelijke arbeidscontracten heeft gehad, heeft niet automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de wacht gesleept. Het Europese Hof van Justitie legt uit waarom dat zo is.

De situatie

Een werkneemster van een rechtbank in Keulen heeft in elf jaar tijd als griffie-assistente dertien achtereenvolgende arbeidsovereenkomsten gehad. Steeds werd haar opnieuw gevraagd een collega te vervangen die voor enige tijd met ziekte-, zwangerschap- of ouderschapsverlof ging. Op 31 december 2007 liep haar laatste contract af. Ze heeft geen nieuw contract gekregen.

De vordering

De werkneemster meent dat de beëindiging van het dertiende tijdelijke contract onrechtmatig is en vordert een aanstelling voor onbepaalde tijd. Zij vindt dat haar werkgever, de deelstaat Nordrhein-Westfalen, misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om tijdelijke arbeidsovereenkomsten aan te bieden. De arbeidsrechter wijst haar vordering af en ook in hoger beroep krijgt zij nul op rekest. Daarom wendt ze zich tot de hoogste Duitse instantie, het Bundesarbeitsgericht.

Duitse wet kent geen beperking aantal contracten
Volgens Duits recht moet er een objectieve reden zijn voor een contract voor bepaalde tijd. Het aantal opeenvolgende contracten wordt door de wet niet beperkt.

Europees recht In Richtlijn
1999/70 is vastgelegd dat er nationale regels moeten zijn die misbruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten tegengaan.

Vragen over het EU-recht

De hoogste Duitse rechter legt de zaak stil en vraagt het Hof van Justitie van de Europese Unie om een oordeel over de vraag of de werkgever in strijd met het EU-recht heeft gehandeld door steeds een tijdelijk contract aan te bieden aan de werkneemster, omdat zij haar collega’s verving. Had zij een contract voor onbepaalde tijd moeten krijgen nu de situatie zich elf jaar en dertien contracten lang heeft voortgesleept en er dus feitelijk een permanente behoefte was aan de werkneemster?

Hof van Justitie

Het Hof van Justitie legt uit dat de situatie van de griffie-assistente in principe niet in strijd is met het EU-recht. Vaste werknemers die met verlof gaan, brengen de behoefte aan tijdelijk vervangend personeel met zich mee. Dit vormt de ‘objectieve reden’ uit het Duitse recht, die de tijdelijke contracten rechtvaardigt. Dat wordt niet anders als in een grote organisatie dit vaak steeds voorkomt en daardoor eigenlijk een baankans voor onbepaalde tijd ontstaat. De nationale rechter moet de omstandigheden, zoals de duur van de vervangingen en het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, meewegen bij de vraag naar eventueel misbruik van tijdelijke contracten.
Met andere woorden: het Hof vindt dat de Duitse regeling over tijdelijke arbeidscontracten niet in strijd is met de EU-voorschriften. De sociale beleidsdoelstellingen die ermee worden nagestreefd  – bescherming van de vrouw bij zwangerschap en moederschap en het mannen en vrouwen in staat willen stellen hun beroeps- en gezinstaken met elkaar te verenigen –  zijn rechtmatig.
Het uiteindelijke oordeel in deze zaak is aan het Bundesarbeitsgericht.

C 586/10
Hof van Justitie
Keten van arbeidsovereenkomsten
Prejudiciële vraag
26 januari 2012

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.