Misbruik flexregels leidt tot aanvulling loon

0

Door het oneigenlijk gebruik van de regels van de wet Flexibiliteit en
Zekerheid is werkgever schadeplichtig geworden voor het
loonverschil.

Werkneemster is als docent in dienst bij ROC Zeeland. Werkneemster heeft vanaf 1 augustus 2001 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met werktijdfactor (wtf) 0,3945. Op verzoek van werkneemster hebben er sindsdien werktijdverminderingen plaatsgevonden.

In een arbeidsovereenkomst van 5 februari 2004 is de wtf verder verlaagd tot 0,1364. Op verzoek van werkneemster is haar werktijd vanaf 1 augustus 2005 weer uitgebreid. Voor het schooljaar 2008/2009 heeft werkgever aan werkneemster een totale arbeidsduur wtf 0,2 toegekend. Werkneemster is echter van oordeel dat zij voorheen steeds meer heeft gewerkt en zij vordert bij wijze van voorlopige voorziening onder meer betaling van het loonverschil tussen wtf 0,2 en wtf 0,58 of een in goede justitie te bepalen wtf. Daarbij doet zij een beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW.

Werkgever heeft daartegenover gesteld dat er geen onzekerheid bestaat over de omvang van het dienstverband, aangezien deze steeds schriftelijk is vastgelegd in addenda bij de laatste arbeidsovereenkomst van 5 februari 2004.

De kantonrechter oordeelt dat niet kan worden aangenomen dat de feitelijke omvang van de arbeid van werkneemster zich structureel op een hoger niveau heeft bevonden. Het beroep op artikel 7:610b faalt dan ook. Wel is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van oneigenlijk gebruik of misbruik van de CAO-BVE door werkgever. Een nieuw addendum voor het schooljaar 2008/2009 op de arbeidsovereenkomst van 5 februari 2004 zou leiden tot een wtf vermeerderd met het wtf genoemd in het addendum. Daarom heeft werkgever geen nieuw addendum aangeboden, maar een nieuwe arbeidsovereenkomst met wtf 0,2. Werkgever had aan werkneemster wel degelijk meer uren kunnen aanbieden.

Het kan echter niet de bedoeling zijn dat een werkneemster wordt ontslagen of werktijdvermindering wordt opgelegd om te voorkomen dat een doelstelling van de wet Flexibiliteit en Zekerheid, namelijk zekerheid voor werkneemster, wordt gerealiseerd. Daar komt bij dat werkgever profiteert van het feit dat werkneemster niet attent is geweest op haar rechtspositie. Een goed werkgever zou werkneemster hebben ingelicht over de Wet aanpassing arbeidsduur en aan werkneemster een dienstverband hebben aangeboden met een zelfde omvang als in de voorgaande jaren.

De kantonrechter gaat hierbij uit van wtf 0,5166 als de mediaan van die jaren. Door het oneigenlijk gebruik van de regels inzake de wet Flexibiliteit en Zekerheid is werkgever schadeplichtig geworden voor het loonverschil. Werkneemster heeft voldoende belang bij een voorziening tot betaling van het loonverschil op de voorwaarden dat zij een formeel verzoek tot urenuitbreiding bij werkgever zal indienen en dat zij bij een weigering niet zal berusten en een vordering op basis van de Wet aanpassing arbeidsduur aanhangig zal maken.

De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van een schadevergoeding, gelijk aan het brutoloon met een wtf van 0,5166 verminderd met het brutoloon met een wtf van 0,2 totdat rechtens definitief zal zijn beslist op het in te dienen verzoek tot urenuitbreiding.

Bron: LJN BG3568
Kantonrechter Middelburg
Datum: 27-10-2008

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.