Minimumuren niet onbeperkt houdbaar

0

Een minimumaantal werkuren opnemen in een contract lijkt een goede oplossing voor het opvangen van pieken en dalen in de personeelsbehoefte. Maar als de werknemer dan langere tijd meer uren werkt, komt de vermoedelijke arbeidsomvang om de hoek kijken. In deze rechtszaak mocht de werkgever dan ook het aantal uren niet zomaar terugschroeven naar het oude niveau.

De situatie

Een taxichauffeuse heeft sinds 1996 een contract voor minimaal 700 uur per jaar. Vanaf 2007 heeft ze jaarlijks meer dan het dubbele van dat aantal uren gewerkt. Daarnaast heeft ze, vanuit het verleden, een uurloon dat aanzienlijk hoger ligt dan het cao-loon.

Als het financieel niet zo goed gaat met het bedrijf stelt de werkgever in 2009 voor om haar loon in een aantal stappen te verlagen. En een jaar later doet hij nog een voorstel om een urengarantie af te geven voor 700 uur per jaar en zich in te spannen om de werkneemster in te zetten op het aantal uren dat ze in 2009 heeft gewerkt (1738 uur). De werkneemster gaat niet akkoord met die voorstellen maar de werkgever voert de salarisverlaging per 1 januari 2011 wel gewoon door. In 2011 en 2012 wordt de werkneemster minder vaak ingezet.

Bij de rechter

De werkneemster stapt in 2011 naar de rechter. Ze vraagt een verklaring voor recht dat haar bedongen arbeidsomvang ten minste 1664 uur per jaar bedraagt en vordert een loon op het oude niveau voor minimaal 36 uur per week, zolang de arbeidsovereenkomst duurt.

De kantonrechter komt voor 2010 uit op een arbeidsomvang van 1691 uur, gebaseerd op de drie voorgaande jaren. Verder oordeelt de rechter dat de werkgever gezien de bedrijfseconomische situatie reden had om een voorstel te doen voor loonsverlaging. De loonvordering van de werkneemster wordt daarom maar gedeeltelijk toegewezen.

De werkneemster is het daar niet mee eens en gaat in hoger beroep.

In hoger beroep

In hoger beroep gaat het nog om een vordering tot 1 januari 2013 omdat de partijen ondertussen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten voor de periode vanaf 1 januari 2013.

Het oordeel van de rechter

Het hof oordeelt dat de benarde financiële situatie van het bedrijf niet vaststaat. Er is namelijk door de werkgever fors geïnvesteerd in het wagenpark en er is veel personeel bij gekomen: het aantal personeelsleden is bijna verdubbeld. De salarisverlaging is naar het oordeel van het hof dan ook onterecht.

Minder inzet komt voor rekening van bedrijf

Het hof oordeelt dat het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang (art. 7:610b BW) houvast moet geven als de feitelijke omvang van de arbeid structureel hoger is dan wat oorspronkelijk was overeengekomen.

In dit geval is de arbeidsomvang voor 2011 en 2012 ook 1691 uur, net als de jaren daarvoor. De werkneemster is weliswaar minder vaak ingezet maar dat was een keuze van de werkgever. De financiële situatie van de werkgever is geen rechtvaardiging voor een verminderde inzet van de werkneemster, omdat er alleen maar personeel bij is gekomen. Het goed werkgeverschap verzet zich tegen de verandering die de werkgever heeft aangebracht in de structureel hoge inzet van de werkneemster. Het hof veroordeelt de werkgever om alsnog het oude loon over 2011 en 2012 over 1691 uur betalen.

Gegevens rechtszaak:
ECLI:NL:GHDHA:2015:724. Datum uitspraak: 7 april 2015

Zie ook: Urenminimum in contract moet omhoog

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.