Looptijd contract aangepast: geen nieuw contract

0

Een werkgever die een grote opdracht krijgt, verlengt in overleg met zijn werknemer de looptijd van het derde tijdelijke contract. Maar na afloop van dat contract krijgt de werknemer geen uitkering. Het UWV oordeelt dat met de verlenging een vierde en dus vast contract is gesloten. Maar de rechter ziet de zaak anders. Lees hier verder hoe die deze zaak beoordeelt.

De situatie

Een tekenaar krijgt na twee halfjaarcontracten nog een derde contract dat loopt van 10 januari 2013 tot 1 juli 2013. Tien dagen voor het einde van dat contract spreken de werkgever en de werknemer af dat de contractduur wordt aangepast van zes naar elf maanden omdat de werkgever onverwachts een grote opdracht heeft binnengekregen. De werkgever heeft vooraf met het UWV over deze oplossing overlegd. Maar als de werknemer na afloop van zijn contract bij het UWV aanklopt voor een uitkering, wijst die de aanvraag af omdat er door de verlenging een vierde en daarmee vaste arbeidsovereenkomst zou zijn ontstaan. De werknemer gaat terug naar de werkgever en vraagt om loondoorbetaling en toelating tot zijn werk. Die weigert dat en de werknemer spant een kort geding aan.

Bij de rechter
Volgens de werknemer is door de bijna-verdubbeling van de looptijd van de arbeidsovereenkomst de ketenregeling omzeild.
De werkgever geeft aan dat volgens de rechtspraak (LJN BR6498) een arbeidsovereenkomst ook qua duur kan worden gewijzigd als de partijen het daarover eens zijn.

Het oordeel
De rechter is het met de werkgever eens: tijdens de looptijd  gezamenlijk besluiten tot verlenging mag als het maar binnen de grenzen van goed werkgeverschap valt. Bij meerdere keren verlengen zou het buiten die grenzen kunnen vallen.

Misbruik?
Er is hier geen sprake van misbruik, vindt de rechter. Het is duidelijk dat de verlenging werd aangeboden vanwege het onverwachts binnenkrijgen van een grote opdracht. De rechter vindt niet dat de werknemer onder druk is gezet. Als hij niet akkoord ging met de verlenging zou zijn contract gewoon op de eerder vastgestelde datum eindigen.

De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer dan ook af en met die uitspraak in de hand kan de werknemer terug naar het UWV om alsnog een uitkering aan te vragen.

Gegevens rechtszaak:

 

ECLI:NL:RBNNE:2014:1252
Datum uitspraak: 21 februari 2014

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.