Goede reden voor concurrentiebeding in tijdelijk contract

2

Een werkgever houdt een werknemer terecht aan het concurrentiebeding dat in het tijdelijke contract is opgenomen. Er is een zwaarwegend bedrijfsbelang dat in het contract goed is geformuleerd.

De situatie

Een zwembadmonteur krijgt eerst twee tijdelijke contracten van zes maanden en daaropvolgend per 16 september 2015 een contract van 11 maanden. In dat laatste contract is een concurrentiebeding opgenomen: de werknemer mag kort gezegd na afloop van zijn contract twee jaar lang niet zonder toestemming van de werkgever binnen een straal van 30 kilometer bij een concurrent aan de slag of andere concurrerende activiteiten verrichten.

In het contract staat ook dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen; die worden in vijf punten toegelicht. Het komt erop neer dat de werknemer kennisneemt van klantenlijsten, prijslijsten, kostprijzen, werkwijzen, knowhow en leveranciersgegevens. En dat kennisname daarvan door de concurrent tot grote schade bij de werkgever leidt.

De werknemer zegt op 22 december 2015 zijn contract op per 22 januari 2016. Op 31 december tekent hij een arbeidsovereenkomst bij een concurrent, hij gaat daar in januari aan de slag. Maar de werkgever houdt hem aan zijn concurrentiebeding. De werknemer vindt dat er geen zwaarwegend bedrijfsbelang is voor een concurrentiebeding in dit tijdelijke contract en vindt dat hij door de handhaving van het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Daarom vraagt hij in een kort geding om schorsing van het concurrentiebeding.

Het oordeel

De rechter beoordeelt twee vragen:

  1. Is het concurrentiebeding geldig?
  2. Is het concurrentiebeding noodzakelijk wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen?

Het concurrentiebeding is geldig, aldus de rechter. Het voldoet aan de eis dat zo’n beding in een tijdelijk contract schriftelijk gemotiveerd moet zijn. En het voldoet aan de minimale motiveringseisen: uit het beding blijkt welke zwaarwegende belangen het bedrijf heeft en waarom deze belangen volgens de werkgever een uitzondering op de hoofdregel geen concurrentiebeding in een tijdelijk contract noodzakelijk maken.

Is een concurrentiebeding in dit tijdelijk contract noodzakelijk?

De rechter oordeelt dat het concurrentiebeding in dit tijdelijke contract is toegestaan. De werkgever heeft een vrij specifieke groep welgestelde klanten. De werknemer is zeer goed op de hoogte van de installaties die daar geïnstalleerd zijn en hij weet van de prijsstelling, omzetten en bedrijfsresultaten. Het product dat de werkgever levert kan alleen door specifieke aandeelhouders van de leverancier in Duitsland geleverd worden. En het bedrijf waar de werknemer wil gaan werken, is net als de werkgever een van die bedrijven. Het is de grootste concurrent.

Werknemer wordt niet onredelijk benadeeld door concurrentiebeding

De rechter vindt de handhaving van het concurrentiebeding niet onbillijk. De werknemer heeft een contract bij de concurrent getekend terwijl hij wist dat hij een concurrentiebeding had. Hij heeft ook niet vooraf overlegd met de werkgever.

De arbeidsmarktkansen van de werknemer zijn ook niet heel slecht geworden door het handhaven van het beding; het heeft maar een straal van 30 kilometer en de werknemer kan ook buiten de zwembadbranche aan de slag.

Maar de periode van twee jaar vindt de rechter wel te lang. Het concurrentiebeding wordt beperkt tot een jaar, dat is tegenwoordig een gebruikelijke termijn. Daarbij laat de rechter ook meewegen dat informatie over prijzen en dergelijke na verloop van tijd minder concurrentiegevoelig wordt en dat er tussen de partijen ook nog een geheimhoudingsbeding geldt.

Gegevens rechtszaak: ECLI:NL:RBGEL:2016:1385. Datum uitspraak: 9 februari 2016

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. J Apeldoorn op

    Wat ik interessant vind aan deze uitspraak is dat de rechter laat meewegen bij welke specifieke concurrent de werknemer gaat werken. Ik vraag mij af of de uitspraak anders zou zijn geweest als de werknemer was gaan werken bij een concurrent die heel andere systemen levert.

  2. Laura van Luipen op

    Opvallend is dat de rechter de eis, dat in het concurrentiebeding gemotiveerd moet worden welke bedrijfsbelangen het betreft en waarom die een concurrentiebeding noodzakelijk maken, vrij soepel toepast. De motivering in het concurrentiebeding in deze zaak is namelijk relatief vaag. De WWZ-soep wordt door de rechter kennelijk toch niet zo heet gegeten als hij door de wetgever was opgediend.