Gevolgen beëindigingsovereenkomst voor risico werknemer

0

Werknemer krijgt als gevolg van het sluiten van een beëindigingsovereenkomst minder pensioen. Hamvraag is nu of werkgever werknemer had moeten waarschuwen dat dit een (mogelijk) gevolg van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst was of dat dit als algemeen te verwachten gevolg voor rekening en risico van werknemer moet worden gebracht.

Werknemer is sinds 1985 in dienst. In 2005 heeft werknemer een beëindigingsovereenkomst ondertekend, waarin is opgenomen dat hij per 1 augustus 2008 volledig gebruik zou dienen te maken van de vroegpensioenregeling. Werknemer krijgt als gevolg van het sluiten van deze overeenkomst minder pensioen. Dit beseft hij echter pas veel later.

Werknemer eist primair een schadevergoeding in verband met pensioen- en prepensioenschade van € 134.205 en secundair vernietiging van de beëindigingsovereenkomst. Werknemer stelt dat er onoorbare dwang is uitgeoefend bij de totstandkoming van de overeenkomst. Werkgever zou bewust informatie over de negatieve financiële gevolgen van de regeling niet hebben verteld.

Werkgever ontkent dat er dwang is uitgeoefend. De overeenkomst is tot stand gekomen nadat beide partijen zich in alle rust en gedurende een aantal maanden op hun positie hadden bezonnen, daarover in alle rust verschillende gesprekken hadden gevoerd, informatie hadden ingewonnen en berekeningen hadden gemaakt. Werknemer heeft ondersteuning van de Unie ingeroepen en hij heeft onderhandeld over aanvulling van de laatste 15% op zijn loon en een compensatie voor het missen van de jubileumuitkering.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt dat er geen grondslag is voor het toekennen van een schadevergoeding.

Tussen partijen is niet in geschil dat het schrijven van 30 november 2005 moet worden gekwalificeerd als een beëindigingsovereenkomst, als bedoeld in artikel 7:900 BW. Evenmin is de inhoud van hetgeen tussen partijen is afgesproken onderwerp van geschil. Werknemer heeft zich echter op dwang en/of dwaling en/of bedrog beroepen, omdat hij zich jaren na het sluiten van de overeenkomst heeft gerealiseerd dat hij als gevolg van het sluiten van die overeenkomst minder pensioen krijgt.

Hamvraag is nu of werkgever werknemer had moeten waarschuwen dat dit een (mogelijk) gevolg van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst was of dat dit als algemeen te verwachten gevolg voor rekening en risico van werknemer moet worden gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat dit laatste het geval is.

Gelet op zijn opleidingsniveau en de hoedanigheden waarin hij heeft gefunctioneerd, mocht van werknemer worden verwacht dat hij de gevolgen van het aangaan van een beëindigingsovereenkomst kon overzien, mede in acht genomen het feit dat hij zich in de procedure van totstandkoming van de overeenkomst gedurende een aantal maanden heeft laten bijstaan door een adviseur van de Unie. De aard van de beëindigingsovereenkomst brengt juist met zich dat partijen over en weer concessies doen en dat in beginsel geen beroep op dwaling mogelijk is.

De kantonrechter wijst de vordering af.

Bron: LJN BH2483
Procedure: Eerste aanleg – enkelvoudig
Sector kanton Rechtbank Maastricht
Datum: 04-02-2009

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.