‘Flexibele schil groeit, maar loondienst verdwijnt nooit’

0

Nog nooit waren er zoveel zzp’ers als in 2009. En ook in 2010 zal de trend van freelancers, tijdelijke krachten, zzp’ers en andere los-vast-werknemers ongetwijfeld groeien. Dat is althans de verwachting van veel onderzoekers.

Toch moest die flexibele schil het afgelopen jaar een flinke dreun incasseren. De afgelopen crisis is zelfs opgevangen door de flexibele schil, zo zeggen mensen die er verstand van hebben. Al deze ontwikkelingen waren voor ons reden om op www.penoactueel.nl aan u te vragen hoe u tegen deze flexibele arbeid aankijkt.Wat als eerste opvalt is dat maar liefst tweederde van u de flexibele schil heeft afgebouwd en zegt die binnen
afzienbare tijd ook niet weer te zullen opbouwen. Acht procent geeft aan dat de flexibele schil het afgelopen jaar juist gegroeid is ten koste van het vaste personeel.

Verdwijnt loondienst?

Daarnaast vroegen we u of de klassieke werknemer (fulltime in loondienst) zal verdwijnen. Meer dan de helft van de werknemers (zo’n 60 procent) werkt immers in deeltijd, als flexwerker, als zzp’er of als uitzendkracht. Geen enkele respondent ziet het einde van de klassieke werknemer naderen, de redenen die u aandraagt zijn echter wel verschillend. Sommigen leggen de nadruk op de wensen van werknemers. Een iemand schrijft: ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid. Misschien wel langer lopende tijdelijke contracten in plaats van voor onbepaalde tijd.’ Een ander denkt: ‘Er zal altijd een groep blijven die absolute zekerheid zoekt en dat dan ook moet kunnen krijgen.’ Ten slotte is er iemand die denkt dat het vooral een keuze van de werknemer zal worden: ‘Werkgevers zullen daarin flexibel dienen te zijn. Niet voor alle beroepen of alle individuen is flexibiliteit prettig, haalbaar, realistisch en wenselijk. Het vraagt een bepaalde mate van eigen verantwoordelijkheid nemen en geven.’ Anderen komen tot dezelfde conclusie, maar redeneren meer vanuit de bedrijfskant. Eén deelnemer aan ons onderzoek schrijft: ‘40 procent zal 60 procent moeten controleren. Fulltime zal nooit geheel verdwijnen in verband met kern-, controle- en investeringstaken.’ Een ander meent: ‘Een groot deel van de bedrijven kiest voor behoud van kennis en continuïteit en neemt daarmee het risico voor slechtere tijden.’ Weer een ander denkt dat ‘het erg risicovol en duur is wanneer het primaire proces van een onderneming bijna volledig door genoemde groepen wordt verzorgd.’

Strategische planning

Vervolgens waren we benieuwd of uw organisatie een strategische planning heeft waar het over vijf jaar wil staan en welke mensen daarvoor nodig zijn. Bijna de helft beschikt inderdaad over zo´n strategische planning. De open antwoorden variëren van een zelfbewust ‘We hebben hem nog niet helemaal duidelijk in beeld, maar we zijn druk bezig dat in beeld te krijgen’ tot een vertwijfeld ‘Was het maar waar.’

Opleidingen

Ten slotte waren we benieuwd hoe u tegen de opleidingen van flexwerkers aankijkt. Sommige mensen, zoals de hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen, zijn bang dat meer flexwerk voor werkgevers vooral betekent: weinig investeren in de opleiding van deze mensen. In de open antwoorden zegt u het niet met zoveel woorden, maar het komt er op neer dat opleidingen inderdaad de dupe worden van het flexwerken. Een deel van u herkent het zelfs op dit moment al. Overigens heeft u daar heel plausibele verklaringen voor. ‘Een opdrachtgever zoekt altijd iemand die het al kan, niet iemand die het nog moet leren.’ En: ‘Werkgevers investeren niet in passanten, want daarmee vloeit kapitaal weg.’ Een ander antwoordt wat uitgebreider en schrijft: ‘De meeste bedrijven willen wel iets van hun investering terugzien. Flexwerkers hebben toch minder binding met de organisatie dus het is moeilijk voorspelbaar hoe de investering zich terugverdiend. Vooral bij langere en duurdere scholingstrajecten. Ik begrijp de zorg.’
Overigens legt een deel van u de verantwoordelijkheid van de ontwikkeling nadrukkelijk bij de fl exwerker zelf: ‘Het zal nog lang duren voordat alle fl exwerkers goed doordrongen zijn van de noodzaak om constant te innoveren en te verbeteren. Dat betekent dus scholen, alleen of in collectief verband.’ Een ander schrijft: ‘Ik vind dat de medewerkers hier zelf op moeten aansturen, niet afhankelijk worden van wat een werkgever wel of niet organiseert en aanbiedt.’

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Basti Baroncini

Basti Baroncini schrijft met liefde over alle onderwerpen binnen het HR-vakgebied, maar zijn hart gaat pas écht sneller kloppen wanneer het gaat om strategie en om mensen. Sociale innovatie, duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling & onderwijs, verandertrajecten, draagvlak, communicatie en leiderschap zijn voorbeelden van onderwerpen waar hij graag over schrijft.

Reageer