Disfunctioneren werknemer bekend: C=1,5

0

Een werkgever geeft een slecht presterende verkoper na drie tijdelijke contracten een vast contract. Als kort daarna de omzetcijfers nog verder dalen, verzoekt de werkgever binnen het eerste half jaar van het vaste contract al ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Voor de kantonrechter is dit reden om op de vergoeding een correctiefactor c=1,5 toe te passen.

De situatie

Een 57-jarige verkoper is sinds 2007 in dienst. Eerst op basis van drie tijdelijke contacten van een jaar en sinds augustus 2008 in vaste dienst. De werkgever heeft de werknemer in januari 2009 op non-actief gesteld vanwege de slechte prestaties en het ontbreken van perspectief op verbetering. De werkgever vraagt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het oordeel

Op de terechtzitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de arbeidsovereenkomst echt niet voortgezet kan worden. Tijdens diezelfde zitting heeft de werkgever ook af gezien van zijn bevoegdheid om het ontbindingsverzoek na de toekenning van een schadevergoeding in te trekken.

De rechter neemt in zijn overweging mee dat werkgever voor het aanbieden van het vaste contract al op de hoogte was van het slechte functioneren van de werknemer. De omzet in het rayon van de verkoper was in de vijf maanden voor het aanbod van het vaste contract ook al aanzienlijk lager dan daarvoor. De werkgever heeft met het aanbieden van het contract het vertrouwen gewekt dat zij toch met de verkoper verder wilde, ondanks tegenvallende resultaten. Om dan vijf maanden later de verkoper op non-actief te stellen, is daarmee niet te rijmen ook al waren de resultaten in die periode nog slechter.

Overigens is niet duidelijk of de omzetten van andere verkopers in dezelfde genoemde periodes zich anders ontwikkelden. De kantonrechter vindt een vergoeding met C=1,5 op zijn plaats. De werknemer wil een hogere correctiefactor vanwege zijn slechte arbeidsmarktpositie, maar de kantonrechter vindt dat zijn arbeidsmarktpositie niet slechter geworden door het korte dienstverband. Hij was immers al 55 jaar toen hij in dienst kwam.

Intrekken ontbindingsverzoek

Soms is de hoogte van de ontbindingsvergoeding die de kantonrechter toekent, onverwacht hoog. In zo’n geval kan de partij die om de ontbinding heeft verzocht, zijn verzoek alsnog intrekken.  De andere partij kan hierop meteen weer een ontbindingsverzoek indienen waarop de rechter in principe dezelfde vergoeding zal toekennen, tenzij er in deze procedure nieuwe feiten naar voren komen (artikel 7:685 lid 9 BW).  De rechter moet stelt de partijen van de intrekkingsmogelijkheid op de hoogte en stelt ook een termijn voor de intrekking. Om de tweede procedure te voorkomen, kan de verweerder al in de eerste procedure een, eventueel voorwaardelijk, tegenverzoek tot ontbinding indienen.

Bron: LJN BJ1932
kantonrechter Nijmegen
Procedure: enkelvoudig – eerste aanleg
Datum: 30 juni 2009

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.