Concurrentiebeding: rechter mag boete altijd matigen

0

In een concurrentiebeding is een bepaling opgenomen dat de rechter de boete niet mag matigen, maar die bepaling is in strijd met de wet.

Die bevoegdheid van de rechter kan niet worden uitgesloten. Maar het concurrentiebeding zelf blijft gewoon geldig.

De situatie

Werknemer is van 1 juli 2008 tot 1 juli 2009 in dienst geweest bij Graydon, een onderneming die zich bezighoudt met het verkopen en leveren van informatie over bedrijven in Nederland. Het eerste half jaar werkt hij als senior adviseur en na een verlenging werkt hij nog een half jaar als junior adviseur. Voor deze nieuwe functie wordt een concurrentiebeding met boetebeding overeengekomen.

Op 1 oktober 2009 treedt de werknemer in dienst bij een concurrent van Graydon, Creditsafe. Graydon heeft de werknemer per brief van 13 oktober 2009 gewezen op het concurrentiebeding. De werknemer is bij Creditsafe blijven werken en Graydon heeft een kort geding aangespannen.

Op 11 december 2009 heeft de kantonrechter de werknemer veroordeeld tot het staken van zijn werkzaamheden bij Creditsafe, op straffe van een dwangsom. Na deze veroordeling is de werknemer gestopt met zijn werk bij Creditsafe.

De vordering

Graydon vordert nu betaling van € 94.000 aan boete wegens overtreding van het concurrentiebeding. Dat beding houdt in dat de werknemer 2 jaar na uitdiensttreding niet voor een concurrent mag werken en dat hij bij overtreding van het concurrentiebeding een boete moet betalen die niet door de rechter gematigd kan worden.

Het verweer

De werknemer vindt dat Graydon hem had moeten waarschuwen dat hij door de indiensttreding het beding zou overtreden en dat Graydon te laat actie heeft ondernomen. Hij mocht er daarom vanuit gaan dat Graydon hem niet meer zou houden aan het beding. Pas door de uitspraak van de kantonrechter wist hij dat hij aan het beding gehouden was. Daarnaast meent hij dat het boetebeding nietig is omdat het in strijd met de wet is (art 6:94 lid 3 BW).

Het oordeel

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer het concurrentiebeding heeft overtreden door bij Creditsafe in dienst te treden. Graydon mag de werknemer houden aan het concurrentiebeding omdat het belang van Graydon bij handhaving van het beding groter is dan het belang van de werknemer. De kennis die de werknemer bij Graydon heeft opgedaan zou hij kunnen gebruiken bij Creditsafe, met als gevolg dat Graydon klanten zou kunnen verliezen en de omzet zou kunnen dalen.

De werknemer is het concurrentiebeding welbewust aangegaan. Hij moest weten dat hij niet zomaar op elke vacature kon reageren. Toen hij bij Creditsafe in dienst trad, had hij bij Graydon kunnen informeren over hun standpunt. Omdat hij dat niet heeft gedaan, heeft hij bewust het risico genomen dat Graydon hem zou aanspreken op nakoming van het concurrentiebeding, zoals ook is gebeurd. En de brief van Graydon was ook volstrekt duidelijk.

De rechter is het met de werknemer eens dat de bepaling dat de boete niet door de rechter gematigd kan worden, in strijd is met de wet (art 6:94 lid 3 BW), maar oordeelt dat dit niet betekent dat het gehele concurrentiebeding nietig is (art.3:41 BW).

De kantonrechter matigt de boete omdat het totale dienstverband maar twaalf maanden heeft geduurd en de werknemer geen sleutelfunctie vervulde binnen Graydon. De kantonrechter veroordeelt de werknemer tot betaling van een boete van € 2.500.

LJN BN3913
Kantonrechter Haarlem
Non-concurrentiebeding
Eerste aanleg
22 juli 2010

Door mr. Ingrid Kooijman
 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.