Concurrentiebeding onderdeel vaststellingsovereenkomst, niet onredelijk bezwarend

0

Werknemer wil vernietiging van concurrentiebeding die is neergelegd in een
vaststellingsovereenkomst.

Werknemer is van februari 2003 tot november 2006 in dienst geweest bij Uitvaartverzorging Kievit B.V. als uitvaartleider. Op 1 november 2006 is de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden geëindigd, waarbij de afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.

In de vaststellingsovereenkomst is neergelegd dat het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst wordt gehandhaafd. Dit concurrentiebeding bepaalt dat werknemer gedurende 5 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst geen concurrerende werkzaamheden mag verrichten op de eilanden Voorne Putten en Goeree Overflakkee.

In de vaststellingsovereenkomst is verder finale kwijting overeengekomen en wordt afgezien van het recht tot vernietiging of ontbinding. Werknemer is vervolgens eerst werkzaam geweest in de reinigingsbranche, maar heeft gemerkt dat zijn hart toch in de uitvaartbranche ligt.

Werknemer vordert gehele of gedeeltelijke vernietiging van het concurrentiebeding, dan wel veroordeling van werkgever tot betaling van een vergoeding, evenals matiging van de contractuele boete.

Uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat partijen intensief overleg hebben gevoerd over de vaststellingsovereenkomst, waarbij zij zijn bijgestaan door advocaten. De vaststellingsovereenkomst is een weloverwogen totaalpakket en door het ongedaan maken van het concurrentiebeding zou het beoogde evenwicht worden verstoord.

Bovendien is finale kwijting opgenomen en is afgezien van het recht tot ontbinding of vernietiging. Werknemer wordt verder niet zodanig in zijn mogelijkheden beperkt door het concurrentiebeding dat sprake is van een onredelijk beding.

De regio is namelijk zeer beperkt, zodat niet valt in te zien dat werknemer daarbuiten geen werk zou kunnen vinden binnen de branche. Ook de termijn van het concurrentiebeding is niet zodanig onredelijk dat die zou moeten worden verkort. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.

Bron: JAR 2008/152

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer