Concurrentiebeding geldig na wijziging arbeidsovereenkomst

1

Sommige kantonrechters oordelen dat een concurrentiebeding steeds opnieuw schriftelijk overeengekomen moet worden.

Van het hof Leeuwarden hoefde dat niet: het ging in dit geval niet om een nieuwe arbeidsovereenkomst maar om wijziging van de bestaande overeenkomst. Het blijft ook met deze uitspraak nog steeds onduidelijk of het beding altijd opnieuw schriftelijk vast gelegd moet worden.

De situatie

Een technisch adviseur buitendienst neemt na bijna 7 jaar ontslag. De werkgever spreekt hem aan op nakoming van het concurrentiebeding dat in zijn eerste tijdelijke contract is overeengekomen. De  opeenvolging van contracten ziet er als volgt uit:

  • 1 september 2003: half jaar contract met een concurrentiebeding.
  • 27 februari 2004: Verlenging voor zes maanden d.m.v. een schriftelijke ‘aanvulling op de arbeidsovereenkomst’ met de vermelding dat de overige bepalingen van de arbeidsovereenkomst ongewijzigd blijven.
  • 20 augustus 2004: Omzetting naar een contract voor onbepaalde tijd, op dezelfde manier als de verlenging.
  • 1 augustus 2010: de werknemer neemt ontslag en treedt in dienst als verkoopleider bij een ander bedrijf.

Bij de kantonrechter

De werkgever vordert in een kort geding nakoming van het concurrentiebeding. De werknemer stelt daar tegenover dat het concurrentiebeding überhaupt niet meer geldig is omdat het niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen.
De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van concurrentie omdat het om een ander soort bedrijf gaat, en wijst de vordering af. De werkgever gaat in hoger beroep.

Het oordeel

De rechter oordeelt dat het concurrentiebeding nog gewoon geldig is.

Concurrentiebeding geldig na omzetting tijdelijk naar vast

De partijen hebben met het document ‘aanvulling op de arbeidsovereenkomst’, dat door de werknemer ondertekend is, niet beoogd een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan maar de bestaande overeenkomst op de onderdelen tijdsduur en salaris te wijzigen. Ook is in het document uitdrukkelijk bepaald dat de overige bepalingen van de arbeidsovereenkomst ongewijzigd blijven.
Het concurrentiebeding is ook niet zwaarder gaan drukken door de wijziging. Het opnieuw vastleggen van het concurrentiebeding was daarom volgens het hof niet nodig.
Het hof overweegt daarbij ook nog dat na een verlenging van een tijdelijk contract, een omzetting van tijdelijk naar vast, met een bescheiden salarisverhoging bij goed functioneren in de lijn der verwachtingen ligt.

Concurrentie?

In de uitspraak wordt uitgebreid ingegaan op de vraag of er sprake is van concurrentie, en zo ja, in hoeverre dat bedreigend is voor de ex-werkgever. Ook worden de belangen van de partijen tegen elkaar afgewogen.
De kortgedingrechter komt tot de conclusie dat de kans groot is dat de bodemrechter het concurrentiebeding zal vernietigen. Het belang van de werkgever is vrij gering en de werknemer is er met zijn nieuwe baan qua functie en inkomen flink op vooruit gegaan waardoor zijn belang een stuk zwaarder weegt dan dat van de werkgever.

Zie ook:

Concurrentiebeding bij contractwijziging altijd opnieuw vastleggen
> Concurrentiebeding ook geldig na omzetting contract

LJN BJAR 2011/89
Hof Leeuwarden
Concurrentie na wijziging contract
Hoger beroep
22 februari 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Erik de Vries op

    Het Hof Arnhem heeft in een vergelijkbare zaak uitspraak gedaan op 31 mei 2011 waarbij het hof van oordeel is dat juist niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. Het Hof Den Haag heeft op 7 juni 2011 ook in een dergelijke zaak uitspraak gedaan, met de beslissing dat wel aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan zodat dat het concurrentiebeding nog geldt. Het Hof Den Bosch heeft ook op 7 juni 2011 uitspraak gedaan en beslist dat in het aan haar voorgelegde geval ook aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan.

    De uitspraak van de Hoge Raad van maart 2008 is blijkbaar toch nog niet duidelijk genoeg voor de praktijk. Het gebonden zijn aan een concurrentiebeding brengt voor de werknemer behoorlijke consequenties met zich mee. Het is dan ook van belang dat de werknemer zich van dit beding bewust is. De uitspraken van de hoven – alle 5 hoven hebben zich op dit punt uitgelaten – lijken minder rekening te houden met de positie van de werknemer dan de uitspraak van de Hoge Raad. Het is niet uit te sluiten dat de Hoge Raad binnenkort meer duidelijkheid zal moeten geven.
    Erik de Vries, Juripal.nl