Beëindigingsovereenkomst onder druk getekend

1

Bij het beëindigen van een overeenkomst met wederzijds goedvinden moet de werkgever zeker weten dat de werknemer echt akkoord gaat met de beëindiging. De werkgever mag dit niet te snel aannemen, hij moet de werknemer tijd gunnen zich te beraden over de beëindiging. Vijftien minuten bedenktijd onder het toeziend oog van de advocaat van de werkgever is niet voldoende.

De situatie

Een medewerker bij een tuincentrum wordt in een gesprek, waarbij ook de advocaat van de werkgever aanwezig is, beschuldigd van diefstal. De werknemer is niet eerder op deze feiten aangesproken. De werkgever legt de werknemer in dit gesprek meteen een beëindigingsovereenkomst voor. Omdat de advocaat weg moet krijgt de werknemer maar 15 minuten de tijd om de overeenkomst te tekenen. Als hij niet tekent, wordt hij op staande voet ontslagen en wordt er aangifte gedaan bij de politie.

De procedure

De kantonrechter heeft uiteindelijk de arbeidsovereenkomst per 6 december 2006 ontbonden, zonder toekenning van een vergoeding. De werkgever gaat in hoger beroep. Hij vindt onder andere dat hij geen salaris hoeft te betalen over de periode van de beëindigingsovereenkomst en de ontbinding omdat de werknemer niet heeft gewerkt in die periode.

Het oordeel

Voor wat betreft de beëindigingsovereenkomst oordeelt het hof dat de werknemer niet in vrijheid zijn wil heeft kunnen bepalen. De beëindigingsovereenkomst is tot stand gekomen door misbruik van de omstandigheden en is door het wilsgebrek vernietigbaar. De werkgever had de werknemer  de gelegenheid moeten geven om zich te beraden en juridisch advies in te winnen. Hij had niet mogen aansturen op ondertekening omdat dit in ieder geval nadelige gevolgen zou hebben op WW-aanspraken van de werknemer.

Voor wat betreft de salarisbetaling oordeelt het hof dat de verdenking op zich geen reden is voor het stopzetten van het salaris. Het kan wel een reden zijn om de werknemer bepaalde werkzaamheden, eventueel tijdelijk, niet te laten doen. Het hof matigt wel de door de kantonrechter toegekende wettelijke verhoging van 50% naar 10% omdat de werknemer is veroordeeld voor de diefstal.

Bron: LJN BJ0979
Gerechtshof Amsterdam
Procedure: hoger beroep
Datum: 28-04 -2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Jan vd Zanden op

    Overhaast handelen kan soms kostbaar uitpakken voor de werkgever. Beter ware geweest een kort maar overtuigend feiten onderzoek te doen, de werknemer grondig te ondervragen en vervolgens op staande voet te ontslaan. De regie van het besluit bij de werknemer leggen is in dit soort gevallen heel onverstandig. Het is bekend dat be?indigingovereenkomsten zonder advocaat van de zijde van de werknemer, zonder opzegtermijn en zonder ontslagvergoeding bijna altijd vernietigbaar zijn. En in ieder geval geen WW opleveren. Wellicht was bedoeld om aardig te zijn en een conflict te vermijden. Maar helaas geldt dan toch: zachte heelmeesters maken stinkende wonden.