Arbeidsovereenkomst: bepaalde of onbepaalde tijd?

0

Na arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt werknemer gevraagd om te
blijven werken, zonder dat er overeenstemming is over de duur van de nieuwe
overeenkomst. Werknemer stelt dat er een overeenkomst voor onbepaalde tijd is
ontstaan.

Werkneemster is sinds maart 2006 in dienst bij Rework B.V. als projectleider. De arbeidsovereenkomst is voor bepaalde tijd gesloten, tot 28 februari 2007. Werkgever heeft toegezegd dat bij een positieve beoordeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden aangeboden.

In december 2006 heeft de leidinggevende van werkneemster haar functioneren als goed beoordeeld en is als salarisvoorstel vermeld dat werkneemster gezien de positieve beoordeling een salarisverhoging zou krijgen. Verder is aangegeven dat een promotie tot regiomanager op zijn plaats zou zijn. In februari 2007 heeft werkneemster een gesprek gehad met de directeur, waarbij werd aangegeven dat men niet tevreden was over haar functioneren en dat haar geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden aangeboden.

Op 28 februari 2007 heeft werkgever in een e-mail aan werkneemster medegedeeld dat haar een arbeidsovereenkomst voor drie maanden is aangeboden en dat zij diezelfde dag moest laten weten of zij akkoord ging. Zo niet, dan zou haar arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigen omdat 28 februari 2007 de laatste dag was van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 28 februari en 1 maart 2007 heeft werkneemster nog werkzaamheden verricht. Op 1 maart 2007 is werkneemster op non-actief gesteld.

Op 1 maart 2007 heeft werkneemster per e-mail aangegeven niet akkoord te gaan met een arbeidsovereenkomst voor drie maanden, omdat al een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand was gekomen. Op 7 maart 2007 heeft werkgever werkneemster opgeroepen haar werkzaamheden te hervatten, hetgeen zij op 8 maart 2007 heeft gedaan.

Op 24 mei 2007 heeft werkgever werkneemster bericht dat de arbeidsovereenkomst voor drie maanden op 27 mei 2007 zou eindigen, omdat deze niet zou worden verlengd. Werkneemster heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Bij beschikking van 7 augustus 2007 is de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 september 2007 onder toekenning van een vergoeding.

Werkgever vordert een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst op 27 mei 2007 rechtsgeldig is geëindigd en een veroordeling van werkneemster tot terugbetaling van de aan haar toegekende bedragen. Werkneemster vordert in reconventie veroordeling van werkgever tot betaling van achterstallig salaris en een verklaring voor recht dat werkgever ten onrechte aan de belastingdienst heeft medegedeeld dat zij onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de leaseauto.

Uitspraak

De kantonrechter oordeelt dat het gaat om de vraag of er op 28 februari 2007 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen. Er is geen sprake van een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst per 28 februari 2007 in de zin van art. 7:668 BW, aangezien werkgever dat heeft tegengesproken door een arbeidsovereenkomst voor drie maanden aan te bieden. Werkneemster heeft weliswaar op 28 februari en 1 maart 2007 nog werkzaamheden verricht, maar dat was niet zonder tegenspraak van werkgever.

Het aanbod van werkgever van een arbeidsovereenkomst voor drie maanden heeft werkneemster niet aanvaard. Werkneemster heeft echter wel het werk hervat op 8 maart 2007. Nu partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de duur van de arbeidsovereenkomst, geldt de arbeidsovereenkomst in principe voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is pas door de ontbinding per 1 september 2007 rechtsgeldig geëindigd. De vorderingen van werkgever worden afgewezen. De vorderingen van werkneemster in reconventie worden toegewezen.

Bron: LJN BD5419

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer