Werkvermogen generatie-Y niet optimaal

1

De generatie-Y bestaat niet alleen uit goudhaantjes, zoals weleens gedacht wordt. Ze zijn vatbaarder voor burnout dan gedacht.

Dat zegt Jan Prins, directeur van onderzoeksbureau SKB.

Bedrijven besteden veel aandacht aan het begrip ‘werkvermogen’, zegt Prins. Werkvermogen is de mate waarin mensen fysiek en mentaal in staat zijn om aan de eisen van hun werk te voldoen. ‘Ook door het Ministerie wordt het erg gepromoot. Het is een belangrijk gegeven in duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie.’

Blinde vlek

De standaardtest om werkvermogen te meten is de Work Ability Index (WAI). Maar volgens Prins heeft die een blinde vlek: ‘Het gaat om een zelftest, waarop je een inschatting moet maken over je eigen werkvermogen. Maar het is bekend dat sommige mensen op vrijdag zichzelf nog een prima score geven en op maandag een burnout hebben. Dat is geen onwil, vaak hebben mensen het zelf niet eens door.’

Onvoldoende herstel

Wanneer je naast werkvermogen ook kijkt naar de vermoeidheid, krijg je een beter beeld: ‘We stellen bijvoorbeeld vragen over hoe moe mensen aan het eind van de dag zijn. Moe zijn is niet erg, maar als je de dag erna nog niet helemaal uitgerust bent, begin je met een klein beetje restmoeheid. Ook dat kun je best een paar maanden volhouden, maar wie systematisch te weinig herstelt, heeft een probleem. Iemands vermoeidheidssituatie is een goede voorspeller voor burnout.’
Jongere werknemers komen dan niet meer als beste uit de bus. De zogenaamde Y-generatie heeft namelijk vrij veel te maken met uitputting en overbelasting.

Grafiek

De grafiek laat zien dat jongere medewerkers het laagste percentage met een matige of slechte WAI-score (werkvermogen) kennen. Omdat hier wel meer medewerkers zijn met een verhoogd risico op burnout, is het totale percentage medewerkers met een verminderd werkvermogen groter dan in de groep met 10 jaar oudere collega’s.
 

 

Bron: SKB

Generatie Y

Geboren in een tijd van economische voorspoed en technologische vooruitgang (1978 – 1995) wordt aan de Y-generatie een zelfverzekerde, optimistische houding toegeschreven. Toch hebben ze een hoge herstelbehoefte en dus een hoger burnout-risico dan de generatie na hen. Hoe komt dat?
Volgens Jan Prins is de generatie Y verteld dat ze alles konden worden, als ze hun best maar deden: ‘Daardoor moeten ze alles kunnen en proberen, en er bovendien van genieten. Er zijn veel keuzes, met bijbehorende keuzestress, terwijl de consequenties steeds groter worden. De grenzeloze generatie moet zichzelf grenzen stellen, en dat kost moeite. Die hoge druk zorgt voor stress en een hoger risico op burnout.’

Wat kunnen werkgevers doen?

Het volgens Prins interessant om te onderzoeken wat medewerkers energie geeft. Dat bevordert niet alleen het werkplezier, maar ook de resultaten van de organisatie. Voor generatie Y zijn er drie grote energiegevers te bedenken: ‘Afwisseling, inspirerend leiderschap en feedback op het werk. Dat laatste is opvallend omdat het alleen bij deze generatie voorkomt. Je kunt je voorstellen dat een generatie zonder grenzen behoefte heeft aan duidelijke kaders en feedback of ze het goed doen.’

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Wilga Janssen op

    Prima zo’n onderzoek. En ook in de generatie Y zijn grote verschillen. Dus nu onderzoek op microniveau: 1 op1 gesprekken tussen leidinggevende en medewerker. Waarin steeds opnieuw wensen, kansen en mogelijkheden omgezet worden in concrete afspraken en acties.