Werkgever slaat deskundigenoordeel UWV in de wind

2

Een werkgever negeert het deskundigenoordeel van het UWV en volhardt in het staken van de loonbetaling. Het hof oordeelt dat de werknemer recht heeft op loonbetaling.

Er wordt ook een dwangsom aan de veroordeling verbonden omdat de werkgever niet heeft laten blijken dat hij de werknemer wil laten terugkeren in zijn oude functie.

De situatie

Een montageleider werkt van 12 februari tot 28 maart 2011 op een project in Frankrijk. Op de 28e maart meldt hij zich ziek. De bedrijfsarts stelt vast dat de werknemer niet ziek is maar dat er sprake is van een arbeidsconflict en dat, wat hem betreft, de werknemer de volgende dag weer aan het werk kan. Omdat de werknemer niet aan de slag gaat, stopt de werkgever per 1 april met de loonbetaling. De werknemer vraagt op 21 april een deskundigenoordeel aan en in juni bericht het UWV in een  deskundigenoordeel dat de werknemer op 28 maart wel degelijk arbeidsongeschikt was.

Het arbeidsconflict

Na een eerdere ziekteperiode heeft de werknemer in het kader van re-integratie een tijdje monteurswerkzaamheden verricht. Eind januari is afgesproken dat hij weer in zijn functie als montageleider aan de slag zou gaan. Maar volgens de werknemer is dat niet gebeurd. Hij kreeg nog steeds alleen maar monteurswerkzaamheden te doen. Kenmerkend voor het werk van montageleider is het voorbereiden, coördineren, monteren, testen en installeren van productielijnen en installaties. Daarover moet hij eindverantwoordelijkheid afleggen aan de projectmanager. De werkgever betwist deze functiekenmerken niet, maar stelt dat een montageleider ook gewoon montagewerkzaamheden moet doen.

De vordering

In een kort geding heeft de werknemer loonbetaling en toelating tot zijn oude functie gevorderd maar de kantonrechter wees die vordering af. Nu gaat hij in hoger beroep en vordert doorbetaling van loon en toelating tot zijn oude functie op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag.

Het oordeel

Het hof wijst de vordering van de werknemer toe. In een gesprek en een brief is de werknemer in januari 2011 toegezegd dat hij de werkzaamheden van montageleider weer kon uitoefenen. De werkgever bevestigt dit ook op de zitting maar geeft een andere uitleg aan de invulling aan de functie montageleider dan de werknemer.
Het voorlopig oordeel van het hof is dat op dit moment de werknemer feitelijk niet de functie van montageleider uit voert. Hij hoefde onder meer geen verantwoording af te leggen aan de projectmanager en er was tussen hen ook geen overleg. Voorbereiding en coördinatie geschiedde door iemand anders.
Het is voor het hof voldoende aannemelijk geworden dat de werkgever de montageleider niet heeft toegelaten tot zijn oude (leidinggevende) functie. Het hof gaat bij de toewijzing van de vordering uit van het feit dat de werknemer nog niet hersteld is en dus zijn loon doorbetaald moet krijgen. Als de werknemer hersteld is, moet de werkgever hem toelaten tot de echte werkzaamheden van montageleider op straffe van een (gematigde) dwangsom van € 250 per dag. Die dwangsom stelt de rechter omdat de werkgever nog niet heeft laten blijken bereid te zijn om de arbeidsovereenkomst na te komen.

Kort geding

In dit kort geding in hoger beroep wordt getoetst of de werknemer een spoedeisend belang heeft bij de vordering. Een loonvordering wordt vrijwel altijd gezien als een spoedeisend omdat een werknemer voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van zijn loon. In een kort geding is geen gelegenheid voor partijen om uitgebreid bewijs aan te dragen voor hun stellingen. Aan de hand het bewijs dat voorhanden is, komt het hof tot een voorlopig oordeel.

LJN BR3601
Gerechtshof Arnhem
Functie-invulling
Hoger beroep – kort geding
12 juli 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Goede uitspraak van de rechter, werkgevers moeten zich realiseren, dat ze niet het ene kunnen zeggen en het andere gaan doen. Hier blijkt dat normale vormen van respect voor een werknemer niet echt aanwezig zijn bij deze werkgever. Gelukkig verdient iedere werkgever die werknemers die hij aanstuurd.

  2. Stellige en harde uitspraak van deze hogere rechter op het gedraaikont van deze werkgever.