Storting levensloopregeling is inkomen uit arbeid

2

In een proefproces tussen de politievakbonden en het UWV heeft de hoogste rechter bepaald dat de storting in een levensloopregeling van een politieambtenaar inkomen uit arbeid is. Het UWV mag die bedragen daarom met de WAO-uitkering verrekenen.

De situatie

Bij de Centrale Raad van Beroep lag de vraag voor of de stortingen in een levensloopregeling van een politieambtenaar inkomen uit arbeid waren die het UWV mocht verrekenen met zijn WAO-uitkering.
De ambtenaar in kwestie had een gedeeltelijke WAO-uitkering.  In 2006 is, vanwege veranderde fiscale wetgeving, de aanvullende Flexibele Uittredingsregeling Politie (AFUP) stopgezet. Ter vervanging daarvan heeft de werkgever een aantal bedragen ten behoeve van de levensloop beschikbaar gesteld. In september 2007 heeft de werknemer die bedragen ontvangen en gestort in zijn levensloopregeling. Het UWV heeft de bedragen verrekend met zijn WAO uitkering, waardoor hij een lagere uitkering ontving.

Proefproces

Het UWV en de politievakbonden hadden eerder overlegd hoe ze moesten omgaan met gedeeltelijk herplaatste- en gedeeltelijk arbeidsongeschikte politiemensen zoals deze werknemer, die een gedeeltelijke uitkering ontvingen. Volgens het UWV waren de bijdragen die voor deze mensen gestort zouden worden op een levensloopregeling, inkomsten uit arbeid. Die bedragen zouden dan verrekend worden met de uitkering. De bonden en het UWV hebben afgesproken om een proefproces hierover te voeren zodat er definitief duidelijkheid zou komen omdat er zo’n 500 ambtenaren in deze situatie verkeerden.

De rechtbank

De rechtbank oordeelde dat er na de fiscale wijziging in 2006 een scheve situatie was ontstaan voor de ambtenaar in kwestie omdat er bij de vaststelling van de WAO-uitkering destijds geen rekening was gehouden met betaalde premies voor vervroegde uittreding terwijl de bedragen sinds 2006 wel als inkomsten uit arbeid gelden. Die scheve situatie moest volgens de rechter gelijkgetrokken worden door een redelijke uitleg van de wet.

Centrale Raad van Beroep

De hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep, dacht daar anders over en oordeelde dat uit beantwoording van kamervragen blijkt dat het probleem door de wetgever onder ogen is gezien maar dat dat niet heeft geleid tot een specifieke regeling in de wet om dit op te lossen. De raad vernietigde de uitspraak van de rechter. De stortingen zijn dus inkomsten uit arbeid die verrekend mogen worden.

LJN BN2788
Centrale Raad van Beroep
16 augustus 2010
Verrekening levensloopregeling

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

2 reacties

  1. Marco Roosendaal (salarisburo.nl) op

    Eigenlijk heel simpel als je uitgaat van de criteria voor het “eenduidig loonbegrip” Deze uitkomst van het proefproces was te verwachten. De bijdrage levensloopregeling is wel loon sociale verzekeringen en geen loon voor de loonheffing. Dit is zo geregeld om tijdens een periode van opname uit de levensloop verzekerd te blijven. Je betaald dan alleen loonheffing; (de wao-uitkering zou in de periode omhoog moeten gaan, omdat het loon sv dan lager is: minder inkomsten uit dienstverband, maar wel inkomst uit regeling -waar al premies voor betaald zijn-); Dus de compensatie voor de eerdere periode is in de wet ingesloten. Als gekozen was voor verhoogde pensioenopbouw niet de verwisseling ontstaan tussen inkomen uit tegenwoordige arbeid en inkomsten vroegere dienstbetrekking (zoals de vut-uitkering was beoogd).

    😉 Marco ps deze rechter snapt het!

  2. En vervolgens is de uitkering loon uit vroegere arbeid. Hoe zot kan het zijn in dit land.