Stakingen tegen verhoging AOW-leeftijd toegestaan

0

De voorgenomen stakingen van de vakbonden in 2009 om te protesteren tegen een verhoging van de AOW-leeftijd vallen onder het recht op collectief onderhandelen. Zij zijn in beginsel gerechtvaardigd.

 

De situatie

Op 24 maart 2009 heeft het kabinet het principebesluit genomen om de AOW-leeftijd van 65 jaar naar 67 jaar te verhogen. Werkgevers en werknemers kregen de kans om in de SER met een alternatief plan te komen, maar dit leidt in eerste instantie niet tot een resultaat.

FNV bondgenoten en AbvaKabo willen tegen deze kabinetsplannen protesteren. Zij kondigen bij vervoersbedrijven in de regio’ s Den Haag en Rotterdam een staking aan in de ochtendspits op 7 oktober 2009. De vakbonden verzoeken de vervoersbedrijven hierbij om hun medewerking te verlenen, maar zij weigeren. De vervoersbedrijven vorderen in kort geding een verbod tot staking. De vervoersbedrijven in de regio Rotterdam vorderen ook een verbod tegen collectieve acties in de toekomst. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe. De vakbonden gaan in hoger beroep.

Het oordeel

Het gaat in deze zaak om de vraag of de aangekondigde stakingen vallen onder het recht op collectief onderhandelen en dus gerechtvaardigd zijn. Het recht op collectief onderhandelen is vastgelegd in artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH).

Voor beantwoording van deze vraag zijn een aantal arresten van de Hoge Raad van belang.

In het NS-arrest* uit 1986 heeft de Hoge Raad voor het eerst onderscheid gemaakt tussen stakingen met een politiek element en zuiver politieke stakingen. Een staking is politiek wanneer het zich keert zich tegen de werkgever, maar zich richt tegen de overheid. Van een staking met een politiek element is sprake als de staking is gericht tegen het overheidsbeleid op het gebied van arbeidsvoorwaarden die het onderwerp plegen of behoren te zijn van het collectief onderhandelen. Zuiver politieke stakingen beogen volgens de Hoge Raad resultaten die liggen buiten het terrein van collectief onderhandelen. Zuiver politieke stakingen vallen dan ook niet onder artikel 6 lid 4 van het ESH.

In het Rotterdamse haven-arrest* uit 1994 heeft de Hoge Raad het achterstandcriterium toegevoegd. Dit houdt in dat er bij de werknemers door de overheidsmaatregelen een achterstand ontstaat die bij nieuwe onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden moeilijk in te lopen is.

Het Hof oordeelt in deze zaak dat er sprake is van een staking met een politiek element. De AOW-leeftijd is weliswaar geen onderwerp van onderhandeling, maar een verhoging daarvan zal zeker verzwaarde consequenties hebben voor de onderhandelingspositie van de vakbonden. Het Hof oordeelt dat de voorgenomen stakingen vallen onder het recht op collectief onderhandelen en dus in beginsel rechtmatig zijn. De stakingen kunnen alleen onrechtmatig worden geacht als zwaarwegende procedure regels niet zijn nageleefd of anderen hiertegen beschermd moeten worden. Het Hof verwerpt de betogen van de vervoersbedrijven waarin zij stellen dat de regels niet zijn nageleefd. Ook oordeelt het Hof dat de materiële schade en de overlast, geen verbod op de stakingen rechtvaardigen.

LJN BM3468

Gerechtshof Amsterdam

Collectief actierecht

Hoger Beroep kort geding

4 mei 2010

* HR 11 november 1994, NJ 1995,152 (Rotterdamse haven-arrest)

* HR 30 mei 1986, NJ 1986,688 (ns-arrest)

Mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer