Sociaal plan zonder OR opgesteld: kantonrechtersformule

0

Een werkgever kan een sociaal plan opstellen voor een reorganisatie maar als hij daarbij niet de or of een personeelsvergadering betrekt, kan de kantonrechter aan het opgestelde plan voorbijgaan en alsnog de kantonrechtersformule toepassen op de berekening van de ontslagvergoeding voor de werknemers. Beroep van de werkgever op het ‘habe nichts’-exceptie slaagt niet omdat door ontslag van een aantal medewerkers de positie van het bedrijf intussen is verbeterd.

De situatie

Een werkgever reorganiseert zijn bedrijf wegens bedrijfseconomische redenen. De functie van de werknemer in kwestie vervalt en de werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met deze medewerker te ontbinden. Er is een sociaal plan maar dat is opgesteld zonder overleg met een or of een andere orgaan.

Het oordeel

De werkgever heeft de bedrijfseconomische noodzaak voor de reorganisatie voldoende aangetoond met cijfers van de afgelopen 3 jaar en een prognose die laat zien dat het bedrijf afstevent op een een verlies van meer dan een half miljoen. Het verweer van de werknemer dat de werkgever bedragen aan het vermogen heeft onttrokken, is door de werkgever voldoende weerlegd: het ging om een dividenduitkering over 2007, een goed jaar. Ook de werknemers hebben toen van de bonus geprofiteerd. Daarnaast heeft de werkgever ook toen een goede verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen aangehouden.

Bij de reorganisatie is het afspiegelingsbeginsel correct toegepast. De kantonrechter wijst de verzochte ontbinding toe maar acht zich niet gebonden aan het sociaal plan bij het bepalen van de hoogte van een vergoeding omdat het zonder advies van de or of een personeelsvergadering tot stand is gekomen. De kantonrechtersformule wordt toegepast bij de berekening van de vergoeding. De bonus die de werknemer in de afgelopen drie jaar één keer heeft ontvangen, telt niet mee bij de berekening van de B-factor (het maandsalaris).

Het beroep van de werkgever op de ‘habe nichts’-exceptie slaagt niet omdat de onderneming voldoende solvabiliteit heeft en de positie van het bedrijf door het ontslag van een aantal werknemers inmiddels is verbeterd. Ook telt het afstoten van een verliesgevend deel van de onderneming en het voortzetten van een potentieel winstgevend deel mee. De verzochte ontbinding ligt in de risicosfeer van de onderneming en de kantonrechter zet, dit alles in overweging nemend, de C-factor op 1. De werknemer krijgt een vergoeding mee van bijna € 40.000,- : A(16 jaar) x B (€ 2483,-) x C (1).

Advies personeelsvergadering

De kantonrechter ging voorbij aan het door de werkgever opgestelde sociaal plan omdat er geen ondernemingsraad of personeelsvergadering bij het opstellen had betrokken. Omdat de werkgever meer dan 10 en minder dan 50 medewerkers in dienst had, had hij in dit geval een werknemersvergadering de gelegenheid moeten geven advies uit te brengen over het voorgenomen besluit tot verval de arbeidsplaatsen. Het gaat om het verdwijnen van 8 à 10 van de 18 arbeidsplaatsen en dat valt binnen de grenzen van de bepalingen van WOR artikel 35b lid 5 (tenminste een kwart van de in de onderneming werkzame personen).

Bron: LJN BJ3990
Kantonrechter Utrecht
Procedure: eerste aanleg – enkelvoudig
Datum: 22 juni 2009

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.