Reflexwerking beleidsregels UWV bij ontbinding

0

Bij de beoordeling van een ontbindingsverzoek op bedrijfseconomische gronden komt reflexwerking toe aan de beleidsregels van het UWV. De kantonrechter beoordeelt het verzoek, dat eerder als ontslagaanvraag bij het UWV was ingediend, op dezelfde criteria.

De situatie

Een werkgever vraagt voor 6 van de 24 werknemers vanwege de slechte financiële situatie van het bedrijf een ontslagvergunning bij het UWV. Ook voor de 62-jarige Sales Engineer. Het UWV ziet wel de noodzaak van besparing op de loonkosten maar omdat het onduidelijk is of zijn functie uitwisselbaar is met de functie van Key Accountmanager wordt de ontslagvergunning geweigerd.

De vordering

De werkgever dient nu een ontbindingsverzoek in voor de werknemer. Gezien de slecht financiële situatie is er geen ruimte voor een afvloeiingsregeling. Het bedrijf heeft te maken met een omzetdaling van bijna 20%. Het afspiegelingsbeginsel hoeft niet te worden toegepast omdat de werknemer een unieke functie heeft. De functie is volgens de werkgever niet uitwisselbaar met die van Key Accountmanager.

Het verweer

De werknemer meent dat zijn functie wel uitwisselbaar is. Als er toch wordt ontbonden, vindt hij dat hij recht heeft op een vergoeding van ruim € 116.000, op grond van zijn moeilijke arbeidsmarktpositie, zijn leeftijd en opleidingsniveau. Die factoren geven aanleiding voor een correctiefactor van C=2.

Het oordeel

De kantonrechter is niet gebonden aan het oordeel van het UWV.  Maar vanwege de reflexwerking van het Ontslagbesluit en het BBA toetst de kantonrechter dit verzoek aan dezelfde criteria als het UWV de ontslagvergunning heeft getoetst: is in redelijkheid besloten tot de sanering? Is het aanvaardbaar dat deze arbeidsplaats komt te vervallen? En is er geen andere passende functie voor de werknemer?
De bedrijfseconomische situatie is voldoende aannemelijk gemaakt. De werknemer is van mening dat ook op andere posten bespaard had kunnen worden, maar de keuze voor bezuinigingen is een beleidsbeslissing die het bedrijf vrij is om te nemen.

Unieke functie

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer inderdaad een unieke functie heeft. De functiebeschrijving wordt terzijde geschoven omdat die pas is gemaakt na de afwijzing van de ontslagvergunning. De kantonrechter vergelijkt de functies met elkaar en stelt vast dat er een salarisverschil van 22% tussen de twee functies zit, dat de posities van de functie binnen de organisatie anders zijn en dat er voor de functies verschillende kennis nodig is. De inhoud van de functies wijkt ook in relevante mate af en voor de functies is een andere verkoopdoelstelling vastgesteld (€1,41 miljoen ten opzichte van € 2,16 miljoen). Dit alles wijst er op dat de functies niet vergelijkbaar en dus niet uitwisselbaar zijn. Er is ook geen andere passende functie in het bedrijf.
De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding toe.

Matiging vergoeding

Op basis van de neutrale kantonrechtersformule zou de werknemer recht hebben op en vergoeding van ca. € 64.000. Er zijn bijzondere omstandigheden om een lagere vergoeding toe te kennen. De inkomensderving van de werknemer tot aan zijn pensioen naar verwachting circa € 36.000 en dat is  aanzienlijk lager dan de vergoeding waar hij recht op zou hebben. Daarnaast is duidelijk dat het bedrijf in een penibele liquiditeitspositie verkeert. Toekenning van een hoge vergoeding zou er toe kunnen leiden dat het bedrijf failliet gaat en dat de werkgelegenheid van andere werknemers in gevaar komt. Daarom kent de kantonrechter de werknemer een vergoeding toe van € 8.000 ineens en 15 maanden lang een suppletie van € 750 per maand. Dat brengt de totale vergoeding op € 19.250.

LJN BL8853
Kantonrechter Zwolle
Reflexwerking UWV beleidsregels
Eerste aanleg
24 maart 2010

Door mr. Ingrid Kooijman

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer