‘Overheid kan nullijn moeilijk opleggen’

0

Het kabinet kan als werkgever proberen om een nullijn voor ambtenaren te regelen in het overleg met de vakbonden in de cao-onderhandelingen. Maar als de overheid die nullijn eenzijdig wil opleggen, staat dat op gespannen voet met het huidige stelsel van overleg tussen werkgevers en werknemers van het Rijk en met internationale wetgeving.

Dat zegt bijzonder hoogleraar Loe Sprengers tegen P&Oactueel.

Volgens Sprengers staat in de rechtspositieregelingen dat er sprake moet zijn van open en reëel cao-overleg. ‘En wanneer je als overheidswerkgever zegt: “De nullijn moet het worden want zo staat het in het regeerakkoord”, dan is er geen sprake van dat open en reële overleg. Kortom: het mag best de inzet van het kabinet zijn, maar je kunt het niet opleggen aan de vakbonden.’

Wettelijk ingrijpen

Volgens de hoogleraar zijn er drie manieren waarop de overheid kan proberen de nullijn voor ambtenaren te bereiken: ‘De overheid heeft directe invloed op sectoren waarvoor ze directe verantwoordelijkheid draagt, zoals de rijksambtenaren en de rechtelijke macht. In die cao-overleggen is een overheidswerkgever directe onderhandelingspartner die overeenstemming moet bereiken met de vakbonden. De overheid heeft daarnaast indirect invloed bij de zelfstandig publieke werkgevers, zoals gemeenten en waterschappen. Als bijvoorbeeld de gemeentelijke werkgever de ruimte neemt door te zeggen “We gaan niet op de nullijn zitten”, betekent dat de hogere salariskosten uit een ander onderdeel van het bestaande budget moet komen. De gemeenten krijgen geen extra geld van het Rijk.’
En ten slotte heeft de overheid de pet van wetgever en kan een nullijn wettelijk proberen te regelen. De laatste keer dat de overheid er op deze manier voor zorgde dat de lonen bevroren werden, was in 1983 onder Lubbers.

Gespannen voet

Wettelijk een nullijn regelen zou nu op gespannen voet staan met de huidige regelgeving: ‘We hebben nu spelregels opgesteld waaraan cao-onderhandelingen moeten voldoen. Die gaan onder meer over de verplichting om te overleggen en tot overeenstemming te komen. Als de overheid met haar volle verstand die regels is aangegaan, moet ze zich daar nu ook aan houden. Wettelijk ingrijpen zit er dan volgens mij ook niet meer in.’

Europa

Hoogleraar Alexander de Becker voegt daar nog aan toe dat de druk vanuit Europa op de cao-onderhandelingen toe kan nemen: ‘De toenemende druk vanuit de Europese Commissie om de nationale begrotingen op orde te houden, heeft ook gevolgen voor de keuzes die de overheid dient te maken. Dat betekent dat het kabinet strenger toe dient te kijken op het respecteren van de stabiliteitsnorm en de groeinorm (Verdrag van Maastricht). Dat betekent niet automatisch dat je de nullijn dient in te stellen maar wel dat je het toale begrotingsplaatje in het achterhoofd moet houden. Men dient keuzes te maken.’

Denemarken, Zweden, Italië

In andere landen, bijvoorbeeld Denemarken, Zweden en Italië, is het stelsel van cao-overleg momenteel al veel meer georganiseerd zoals in de vrije markt. ‘Men heeft daar al de omwenteling gemaakt waardoor de speciale ambtenarenstatus ingeruild is voor die van de normale werknemer. Of dat hier ook gebeurt, is een politieke keuze. CDA en D66 hebben het wetsvoorstel Normalisatie rechtspositie ambtenaren ingediend.’

Lunchcollege

De twee hoogleraren deden hun uitspraken tijdens een lunchcollege van het CAOP. Hoogleraar Sprengers bekleedt de Albeda leerstoel en houdt zich bezig met arbeidsverhoudingen bij de overheid. Hoogleraar De Becker bekleedt de Ien Dales Leerstoel en richt zich op integriteit en kwaliteit van het openbaar bestuur.

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees ook:
> ‘Gemeenten gaan niet mee met Donners nullijn’
> Donner: ambtenaren twee jaar op nullijn

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

Reageer