‘Onderkruipersverbod ligt genuanceerder in praktijk’

0

Het onderkruipersverbod wordt in de praktijk genuanceerder uitgelegd dan in de feitelijke wetstekst. Dat schrijven de advocaten Julie van den Bergh en Ferdinand Grapperhaus in het Tijdschrift recht en arbeid.

Het onderkruipersverbod is het verbod om arbeidskrachten (zoals uitzendkrachten) ter beschikking te stellen in een onderneming waarbij men redelijkerwijs kan weten dat er een staking plaatsvindt. Een voorloper van dit besluit is al sinds de jaren dertig van kracht.

Bedoeling van het verbod

Volgens Van den Bergh is het de bedoeling om uitzendkrachten niet het verloop van de staking te laten beïnvloeden: ‘Werkgevers hebben sterkere middelen om hun stem kracht bij te zetten. Daarom hebben werknemers stakingsrecht, zodat de arbeidsverhouding in balans is. Maar wanneer de werkgever alle stakers zou vervangen door uitzendkrachten, blijft er van het pressiemiddel van de werknemers weinig meer over. Dat is niet de bedoeling: als je een recht hebt, moet je het kunnen uitoefenen. Dit laat overigens onverlet dat beide partijen rekening moeten houden met elkaars belangen en hun pressiemiddelen op een redelijke wijze moeten inzetten.’

Actueel

In tijden van crises, waarbij stakingen af en toe voorkomen, wordt het onderkruipersverbod soms van stal gehaald. ‘Bijvoorbeeld in de zaak van de Nederlandse Spoorwegen uit 2008. Bij het schoonmaakbedrijf dat ze hadden ingehuurd, werd gestaakt. Daarop zette de NS eigen personeel in om de treinen schoon te maken. Betrokken vakbonden hebben vervolgens aan de rechter voorgelegd of dit in strijd was met het onderkruipersverbod. Maar de rechter oordeelde dat het onderkruipersverbod niet van toepassing was op de NS, omdat niet de NS het bestaakte bedrijf was, maar het schoonmaakbedrijf.’

Gebruik onduidelijk

Onduidelijk is of er veel gebruik wordt gemaakt van het verbod: ‘Er is ook weinig jurisprudentie over, dit zou kunnen komen omdat partijen zich doorgaans aan het onderkruipersverbod houden, werkgevers willen niet graag te boek staan als stakingsbreker. Daarnaast zou het ook kunnen dat een staking reeds is geëindigd, omdat het onderliggende conflict is opgelost voordat een van de partijen de gang naar de rechter maakt’.

Nuanceringen

Van den Bergh en Grapperhaus identificeren op grond van de wetgeschiedenis vier eisen waaraan moet worden voldaan voordat het onderkruipersverbod van toepassing  is:
1. De arbeidskrachten worden ingezet met het oog op de staking;
2. De uitzendkrachten (zittende of nieuwe) beïnvloeden de staking omdat zij door stakers neergelegd werk overnemen;
3. De werkstaking (of de aanstaande werkstaking) moet redelijkerwijs bekend zijn bij de term beschikkingsteller of uitzender;
4. Het moet gaan om een terbeschikkingstelling aan de werkgever bij wie gestaakt wordt.

‘Genuanceerd interpreteren’

Volgens Van den Bergh moet het verbod genuanceerd geïnterpreteerd worden: ‘Als je het zo leest, lijkt het heel zwart-wit. Maar er moet een causaal verband zijn tussen de staking en het leveren van arbeidskrachten. Neem als voorbeeld de makers van wenskaarten voor Valentijnsdag. Stel dat een bedrijf in de week voor 14 februari standaard 30 procent meer mensen inzet in de vorm van uitzendkrachten. Wanneer daar dan een staking uitbreekt, geldt het onderkruipersverbod in beginsel niet ten opzichte van het werk dat niet door vaste mensen gedaan wordt, maar altijd door uitzendkrachten.’

* De advocaten Julie van den Bergh en Ferdinand Grapperhaus werken bij advocatenkantoor Allen & Overy, de laatste is tevens hoogleraar in Maastricht.

Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel.

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.