Nederlanders schatten kans op werk al voor vijfenveertigste lager in

6

Veel Nederlanders denken dat de kansen op de arbeidsmarkt voor hun vijfenveertigste afnemen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van UWV onder ruim 1.000 werkgevers en werknemers.

Opvallend is dat werkgevers leeftijd minder als een belemmering lijken te ervaren dan werknemers. UWV voert deze maand campagne om werkgevers te wijzen op de kwaliteiten van ervaren werknemers.

Jong en oud zijn redelijk eensgezind over de leeftijd waarop de kans op een baan begint af te nemen. Werkgevers zijn met 44,5 jaar positiever ingesteld dan werknemers, die de leeftijd gemiddeld op 42,5 jaar inschatten. Er is verschil tussen hoger- en lager opgeleiden. Mensen met een lagere opleiding verwachten dat zij vanaf 41 jaar minder kans hebben om na ontslag weer aan het werk te komen. Hoger opgeleiden zijn optimistischer en noemen gemiddeld een leeftijd van 45,5 jaar.

Campagne
"Ik vind het hoopgevend dat uit het onderzoek blijkt dat werkgevers leeftijd wat minder snel als een belemmering ervaren dan werknemers", aldus André Timmermans, directeur van UWV WERKbedrijf. "Onze cijfers laten overigens zien dat vooral 50-plussers een lastige positie hebben op de arbeidsmarkt. Ze verliezen minder snel hun baan, maar als ze werkloos raken dan is de kans om lang werkzoekend te blijven aanzienlijk. Deze maand staat bij UWV daarom in het teken van de ruim 170.000 50-plussers die bij UWV ingeschreven staan. Ik vind het van groot belang dat deze ervaren en gemotiveerde krachten aan het werk blijven en dat bedrijven oog hebben voor hun kwaliteiten. Als je 50 bent, heb je tenslotte nog een heel werkend leven voor je."

Kwaliteiten 
Het onderzoek gaat ook in op de vraag welke vaardigheden van invloed zijn als 50-plussers op zoek zijn naar een nieuwe baan. Werkgevers zeggen dat zij bij sollicitaties van 50-plussers vooral kijken naar de ervaring (77 procent) , vakkundigheid (71,5 procent) en flexibiliteit (44,5 procent). Ook werknemers denken dat werkgevers bij sollicitaties van 50-plussers kijken naar de ervaring (66 procent) en vakkundigheid (57 procent). Opvallend is echter dat maar liefst 57 procent van de werknemers denkt dat gezondheid ook een belangrijke rol speelt bij het in dienst nemen van 50-plussers, terwijl slechts 29 procent van de werkgevers dit belangrijk noemt.

Ook onder werknemers is sprake van verschillen in de beleving van eigenschappen die de kansen van 50-plussers op een baan beïnvloeden. Zo verwacht 43 procent van de hoogopgeleide werknemers dat flexibiliteit hun kansen op werk vergroot. Dit geldt slechts voor een derde van de lager opgeleiden. Van deze groep denkt bijna 7 op de 10 werknemers juist dat hun gezondheid een steeds belangrijkere rol speelt naarmate zij ouder worden. Dit gaat op voor slechts 42 procent van mensen met een hogere opleiding. 

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

6 reacties

  1. Iemand die deze ervaring opdeed op

    Gek is het dan dat je op 42-jarige leeftijd en met een stapeltje diploma’s op zak DOOR het UWV naar het vrijwilligersbureau gestuurd wordt. “Ga maar kijken of je daar wat kunt betekenen!” Suf gesolliciteerd, maar de werkgever kijkt je aan en je ziet hem denken: “ik heb liever een jongere!” En dan al die advertenties die geplaatst worden terwijl geen personeel nodig is. Is dat voor de uitstraling van een bedrijf. Zo van: “kijk ons eens goed gaan; we hebben personele uitbreiding nodig!” Nee! De werkelijkheid ligt anders: 40 jaar en ouder = TE oud!

  2. Kijk de heren die verzinnen dat iedereen jong of oud een kans moet krijgen of aan het werk moet. Dat zijn nu juist die mensen die zelf niet hoeven te solliciterenmaar die ddoordat ze in “de politiek actief zijn geweest” zo ergens als commissaris aan de slag kunnen en ja dat werk kun je doen totdat je dood gaat want iets weten hoeven ze toch niet ze hoeven alleen het riante salaris op te maken wat ze daarvoor krijgen.

  3. “Hoopgevend….”, hmmm, deze meneer Timmermans weet er wel een heel vergezochte positieve draai aan te geven. In aanmerking nemend dat een lager en hogeropgeleide ongeveer op 19-, resp. 25-jarige leeftijd aan het werk gaat, nemen de kansen dus af als je ruwweg de helft van je werkzame leven nog voor je hebt! De heer Timmerman zou zich rot moeten schrikken van zo’n verspilling van talent. Helaas valt te vrezen dat sociaal wenselijke antwoorden het werkgeversoordeel nog te rooskleurig weergeven. Getuige ook de creativiteit waarin men bij de vacature-omschrijving de (inmiddels verboden) leeftijdseis weet te omzeilen. “Toe aan een tweede carri?restap,” heet het dan. Zou dat voor een goede invulling van de job echt van doorslaggevend belang zijn? Of is het toch weer zo’n voorbeeld van new-speak, om een positieve klank te geven aan de aloude werkgeverstruc om voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten? En “flexibiliteit” is ook zo’n mooie – dat staat steeds vaker voor: zoveel mogelijk met onbetaalde stagiairs doen. Voor wie het interesseert: ik meet mijzelf geen slachtofferrol aan, ik ben hoofd personeelszaken bij een bedrijf dat een positieve uitzondering probeert te zijn (met wisselend succes, geef ik toe). Ik weet intussen hoe het achter de schermen bij werkgevers toegaat. Dat is een heel ander verhaal dan wat je Bernard Wientjes hoort zeggen als het gaat over zijn zorgen over de arbeidsmarkt. Sociale cohesie staat niet op de agenda van werkgevers, dat is duidelijk. Dan hoort de politiek in de bres te springen. Zou je denken …

  4. Yneke Vollemans op

    De houding van werknemers/werkzoekenden is van cruciaal belang voor hun kansen op de arbeidsmarkt. Een (bij voorbaat negatieve) houding wordt zo opgepikt door een potenti?le werkgever. Iedere werknemer van boven de 45, die dus al overtuigd is van het feit dat zijn/haar leeftijd doorslaggevend is, vergooit kansen. Vitaliteit en zelfverzekerdheid samen met kwaliteiten en vaardigheden zijn voorwaarden voor het verkrijgen van een baan. Deze groep kan getraind worden in het communiceren van hun toegevoegde waarde.

  5. Jammer dat organisaties als het UWV zich nog steeds met deze problematiek bemoeien. Men blijft iedereen maar voor de voeten lopen, in het kader van “gezien worden” . Waarom niet eens wat mensen inschakelen die gemotiveerd zijn en verstand van zaken hebben ?