HR-manager wil topsporter niet als werknemer

1

Topsporters brengen een meerwaarde op werkvloer door een hun
doorzettingsvermogen en resultaatgerichtheid. Maar HR-managers twijfelen bij het
aannemen van een bekende hockeyster of een topvolleyballer.

Dat is de uitkomst van een onderzoek dat Randstad liet houden onder een groot aantal topsporters en HR-managers.

‘Iets extra’s’

HR-managers zijn op zich bereid te geloven dat topsporters ‘iets extra’s’ brengen. Maar ze nemen topsporters er niet om aan. Dat verklaart mogelijk waarom veel topsporters moeite hebben om zich na hun sportieve loopbaan op de arbeidsmarkt te manifesteren, ondanks de kwaliteiten die topsporters zichzelf toedichten.

Uit het onderzoek blijkt dat de verwachtingen van de sporters en van de HR-managers die ze zouden moeten aannemen, mijlenver uit elkaar liggen. Een topsportcarrière is dus zeker geen garantie voor een succesvolle entree op de arbeidsmarkt, zo wijst het onderzoek uit.

Toegevoegde waarde, volgens topsporters

Ongeveer tien procent van bedrijven in Nederland heeft op dit moment een topsporter in dienst, of in het verleden gehad. Maar waarom zou een organisatie moeten overwegen een topsporter aan te nemen? Voor de topsporters is dat een combinatie van

  1. een groter dan gemiddeld doorzettingsvermogen’ (95 procent );
  2. grotere resultaatgerichtheid (91 procent);
  3. meer dan gemiddeld gemotiveerd zijn (82 procent);
  4. beter dan gemiddeld omgaan met tegenslagen (81 procent).

Goed voor het imago

Verreweg de meeste (91 procent) van de topsporters beschouwen hun ervaring als topsporter als toegevoegde waarde voor hun functioneren. Bijna driekwart denkt dat het in dienst hebben van een topsporter een positief imago oplevert of het genereren van free publicity eenvoudiger maakt. 

Sport als compensatie tekort werkervaring?

Bijna de helft van de topsporters denkt dat een sportcarrière het tekort aan werkervaring kan compenseren. Dat wordt tegengesproken door circa 70% van de ondervraagde HR-managers; zij menen dat de sportcarrière dit tekort niet compenseert.

Topsporters achten de kans dat zij aangenomen worden op een ‘gewone’ functie tijdens hun sportcarrière kleiner, maar na hun sportcarrière groter dan voor een gewone sollicitant. HR-managers hebben ook daar hun vraagtekens bij. Zij dichten topsporters na hun sportloopbaan bepaald geen hogere kansen op een baan toe dan ‘gewone’ sollicitanten. Slechts 17 procent geeft een topsporter een grotere kans op een baan bij een organisatie. Bij een topsporter die nog midden in zijn carrière zit, is die kans nog kleiner: 6 procent.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Redactie XpertHR Actueel

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Chronisch zieken en gehandicapten brengen in (even) veel gevallen dezelfde combinatie van eigenschappen als een topsporter. Zij ZIJN topsporters op hun eigen niveau, elke dag opnieuw! Gewoon door op te staan, zich klaar te maken voor hun werk en aan het werk te gaan. Daar verdienen ze geen medailles mee en ook geen bergen geld. Soms hebben zij heel goede opleidingen, soms geen enkele.
    Wat zij NIET hebben is de arrogantie van veel topsporters, die van mening zijn dat met hen extra rekening gehouden moet worden omdat zij ooit eens heel hard achter een bal aan konden rennen. Zij zijn NIET degenen die van hun werk weglopen zodra er een camera in de buurt is, maar blijven liever op de achtergrond om gewoon hun werk te doen. En ja, zij zijn wel degenen die soms een dag extra uitvallen door hun ziekte, maar zij zijn ook degenen die dat zoveel mogelijk proberen te voorkomen. En als de werkgevers voldoende rekening houden met alle factoren rondom hun ziekte, even de moeite nemen om zich er een beetje in te verdiepen zodat ze er wat meer van begrijpen hoe zwaar het leven kan zijn voor een chronisch zieke, en daarbij dan ook nog de noodzakelijke aanpassingen rondom de werkplek zo snel mogelijk realiseren … Dan zijn chronisch zieken en gehandicapten z?ker net zo waardevol (zo niet waardevoller) dan een uitgerangeerde topsporter.
    Maar ja, naar de buitenwereld staat het natuurlijk toch veel beter om een “Cruijff” of een “van Moors” op je loonlijst te hebben staan dan een “Piet de Boer met MS”.

Reageer