HR in de zorg: hoe ziet de arbeidsmarkt er straks uit?

0

Na jaren van krimp neemt het aantal vacatures in de gezondheidszorg weer toe. Wel verandert de vraag naar meer hoger opgeleid personeel. Maar juist daar zit de krapte, dus zullen werkgevers lagere niveaus moeten bij- of ‘opscholen’, zegt UWV-arbeidsmarktdeskundige Rob Witjes.

Voorspellingen doen over de arbeidsmarkt, zeker in de gezondheidszorg, blijft lastig. In 2010 zaten de prognoses er flink naast. Niemand had zien aankomen dat in vergrijzend Nederland de gezondheidszorg zou stoppen de banenmotor te zijn. Toch gebeurde dat. In de periode 2013 tot en met 2016 kromp de werkgelegenheid voor werknemers in de sector zorg en welzijn met 82 duizend banen. Maar, zo voorspelde het UWV in 2012, dat was tijdelijk. ‘En die voorspelling komt nu uit’, zegt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie en -advies bij het UWV.

Wordt de zorg weer banenmotor?

‘We zitten nog onder het niveau van 2012, maar het gaat de goede kant op. Vorig jaar daalde het aantal uitkeringsaanvragen in de sector zorg en welzijn met 25%. We zien dat er in alle zorgberoepen minder uitkeringen zijn aangevraagd. Daarnaast groeit het aantal zorgvacatures. In 2013 waren dat er nog 67 duizend, dit jaar ruim 100 duizend.’

Hoe verklaart u dat?

‘De arbeidsmarkt in de zorg is minder conjunctuurgevoelig dan een sector als de bouw en is gevoeliger voor wet- en regelgeving. Nu de zorgmaatregelen, waarbij zorgtaken werden overgeheveld naar de gemeente, zijn ingebed, stijgt de zorgvraag weer. De vervangingsvraag is in de gezondheidszorg bovendien relatief groot. Het aandeel 55-plussers in de zorg bedraagt 23%, het gemiddelde van alle werknemers is 17%.’

Waar zijn tekorten aan?

‘Er is de komende jaren behoefte aan verpleegkundigen en verzorgenden, op hbo- en mbo-niveau 3 en 4. Vooral de vraag naar hbo neemt sterk toe. De zorg wordt complexer, er is meer samenwerking met andere disciplines en door nieuwe technologie neemt de vraag naar hoger opgeleid personeel toe. Daarbij verandert het kwaliteitsdenken. In de thuiszorg verlangen verzekeraars hbo opgeleide wijkverpleegkundigen om de zorg te indiceren.´

Wat kunnen werkgevers doen om tekorten voor te zijn?

´Wat zij vooral niet moeten doen, is alleen nog maar hbo-opgeleide werknemers aannemen. We hebben in Nederland heel stevige mbo-zorgopleidingen op niveau 3 en 4. Werkgevers doen er verstandig aan die medewerkers zo nodig bij- of om te scholen. Verder moeten er nu snel meer leerbedrijven en leerwerktrajecten (BBL) bijkomen, na de daling van de afgelopen jaren. Werkgevers zullen de komende tijd gaan merken dat er kapers op de kust zijn. Zorgmedewerkers vertrekken niet zozeer snel uit de zorg. Maar andere zorginstellingen lonken wel als de economie weer aantrekt. Investeer dus in je personeel: in vitaliteit, scholing, werkplezier en het verminderen van werkdruk. Dat heeft natuurlijk ook allemaal met elkaar te maken.’

En wat gebeurt er met de helpenden?

‘Ik hoor om me heen vaak dat niveau 2 in de zorg helemaal verdwijnt. Dat lijkt wat overdreven. Maar er is zeker minder werk op het laagste niveau. Het blijkt voor werkgevers bovendien lastig om niveau 2 op te scholen naar niveau 3. Daar zit blijkbaar toch een moeilijk overbrugbare knik. In de praktijk zien we wel dat zij met bijscholing en een extra certificaat net iets meer kunnen dan niveau 2, waarmee zij de verzorgenden (niveau 3) kunnen ontlasten. Er ontstaat als het ware een niveau 2+. Een ander deel zal moeten uitwijken naar sectoren als de facilitaire dienstverlening.’

Het UWV heeft 13 maart 2017 een factsheet over de zorg gepubliceerd, bekijk ‘m hier>>

  • De ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren te weinig gespecialiseerde verpleegkundigen opgeleid. Dat signaleerde het Capaciteitsorgaan, dat de overheid adviseert over medische opleidingen. Daardoor zijn er in ziekenhuizen nu tekorten aan oncologie-, kinder- en SEH-verpleegkundigen. Bij de artsen zijn er jarenlang juist te veel studenten opgeleid voor het aantal plekken in de vervolgopleidingen en daardoor groeit de wachttijd voor een opleidingsplek. De kansen op een opleidingsplek verschillen sterk per specialisme. Populair zijn chirurg, huisarts en cardioloog. Psychiatrie, klinische geriatrie en bedrijfsgeneeskunde het minst.

Lees meer over:

Over Auteur

Annet Maseland

Annet Maseland is freelance-redacteur van XpertHR Actueel. Ze schrijft al jaren over HR en personeelszaken.

Reageer