Deze P&O-onderwerpen kwamen niet aan bod tijdens de politieke campagnes

1

Tijdens de campagneweken hebben politici een aantal HR-topics vrijwel ongemoeid gelaten: diversiteit, het mogelijke ontslag van duizenden ambtenaren, bonussen en wachtgeld voor politici. Speciaal voor deze verkiezingsdag zet P&Oactueel deze onderwerpen nog snel even in de spotlight. We doen dat aan de hand van HR-collega’s met een (recente) politieke functie.

 

Ambtenaren ontslaan

Bijna alle politieke partijen willen een flink deel van de noodzakelijke bezuinigingen bereiken door te snijden in het eigen vlees van de overheid: ambtenaren. Duizenden zouden er weg moeten om geld te besparen en bovendien vervelende bureaucratie voor de burger weg te halen. Esther Luijer, tot voor kort gemeenteraadslid voor het CDA, en nu hoofd P&O bij Vivium zorggroep, heeft die discussie eerder in haar gemeente ook al meegemaakt: ‘Bij de gemeente Wijdemeren was de hoeveelheid ambtenaren continu een heet hangijzer. Als fusiegemeente hadden we steeds geld te weinig en moest er bezuinigd worden. Kon je zomaar twee avonden praten over een uitbreiding van de ICT-afdeling met 0,7 fte. Het was ingegeven door praktische problemen, maar het werd ook al snel principieel door het te hebben over ons ambitieniveau. Ik ben ervan overtuigd dat er door die ambtenaren echt heel hard werd gewerkt, ze gingen zeer efficiënt met hun tijd om.’ Volgens het overheersende beeld van ambtenaren is er veel bureaucratie, maar in hoeverre klopt dat beeld? Luijer: ‘Natuurlijk is er bureaucratie bij de overheid, dat ontken ik niet, maar het dient een doel. Je wil mensen op een eerlijke manier dingen geven waar ze recht op hebben. Dat hoort, en zo is het goed. Maar soms moeten er wel heel veel formulieren ingevuld worden. Bij het bedrijf waar ik nu werk is overigens meer bureaucratie dan bij de gemeente, volgens mij valt het allemaal wel mee bij de overheid.’

Volgens voormalig P&O’er en huidig Tweede-Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie) kan het ook allemaal wel wat efficiënter en effectiever. Ze hekelt vooral de vele managementlagen. ‘Ambtenaren moeten heel integer werk doen en daar heb je veel controlemechanismen voor nodig, maar nu is het wel wat doorgeslagen. Je wordt echt niet zomaar rijksambtenaar hoor, daar gaat eerst een heel antecedentenonderzoek aan vooraf. Je mag ook een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van mensen.’

Tweede-Kamerlid Paul de Krom (VVD) is het daar volledig mee eens, hoewel het CPB weigerde de plannen om in ambtenaren te schrappen door te rekenen omdat het onhaalbaar zou zijn: ‘Als inkrimpen bij het bedrijfsleven kan, dan kan dat bij de overheid toch ook? Ik zou niet weten waarom niet. Het probleem is dat het bedrijfsleven een ingebakken mechanisme heeft om de kosten te beheersen: anders gaan ze failliet. Die prikkel ontbreekt bij de overheid waardoor ze als een levend organisme maar groter en groter wordt. Dát de overheid beteugeld kan worden, is al eens bewezen: onder Lubbers in de jaren tachtig. Toen was de nood heel hoog en lukte het. Onder druk wordt alles vloeibaar, en ik geloof dat we nu weer in die situatie zijn aanbeland. Meerdere partijen staan ervoor open.’

Maar voor Paul De Krom zijn het niet alleen de bezuinigingen die tellen: ‘Flexibiliteit is voor iedereen goed, ook voor ambtenaren. Er moet meer doorstroming komen, waardoor ambtenaren minder lang blijven zitten en ze vervolgens op banen terecht kunnen komen waar ze misschien beter passen. Ook de arbeidsvoorwaarden en de rechtsbescherming willen we helemaal gelijkschakelen met de marktsector, ik weet niet waarom ze een uitzonderingspositie nodig hebben. Én het gaat om de regeldruk voor ondernemers: wanneer je minder regels wil, lukt dat nooit wanneer alle ambtenaren blijven zitten.’

Wachtgeld

Al tijden wordt aangeschopt tegen het wachtgeld dat politici ontvangen wanneer ze hun ambt neerleggen. Het zou te royaal zijn in vergelijking met de uitgeklede voorzieningen voor ‘gewone’ burgers. Hoe nodig is dat wachtgeld eigenlijk? Volgens Kees van Kranenburg, voormalig hoofd P&O en nu lid van de Provinciale Staten in Utrecht namens de ChristenUnie) is het bijzonder nodig: ‘Je zet een punt achter je maatschappelijke carrière om het algemeen belang te dienen. En het rare is dat je daarna nauwelijks meer welkom bent in het bedrijfsleven, omdat mensen denken dat je niet meer onder een baas kunt werken. Onzin natuurlijk, maar een baan krijgen is dan wel erg moeilijk.’

Bonussen

De bonuscultuur is iets waar veel Nederlanders zich al jaren druk om maken, maar er ontstond pas echt onrust met het uitbreken van de kredietcrisis. Toen bleek dat sommige bestuurders zich bonussen lieten toeschuiven die het betamelijke – in de ogen van velen – meer dan overschreden. De irritatie naar Den Haag bestaat eruit dat er vanuit de politiek niets aan gedaan werd. Cynthia Ortega-Martijn: ‘Als organisatie wil je bepaalde topmensen binnenhalen en daar moet een zekere beloning tegenover staan. Maar wanneer dat gebeurt met belastinggeld, bijvoorbeeld in de zorg of woningbouw, dan is er wat mij betreft een grens. Het beeld dat er niks aan die bonuscultuur gebeurt, klopt niet. Wouter Bos is daar mee begonnen, we zijn daar echt heel hard mee bezig in de Kamer!’

Overheid als scheidsrechter op de arbeidsmarkt

Sinds mensenheugenis bestaan er spanningen tussen de belangen van werkgevers en werknemers op de werkvloer. Veel wordt daarom vanuit Den Haag geregeld: het ontslagrecht, arbo-omstandigheden, enzovoort. Toch bestaan er heel verschillende visies op de rol van de overheid. De twee Tweede-Kamerleden De Krom en Ortega beginnen onafhankelijk van elkaar spontaan over de aanpak van leeftijdsdiscriminatie. Dat is volgens beiden een probleem, volgens Paul de Krom was het zelfs de enige soort discriminatie die hij in zijn verleden als P&O´er ooit tegenkwam.Cynthia Ortega-Martijn komt zelfs met een nieuw plan: ‘Wanneer mensen zich gediscrimineerd voelen, moeten ze nu naar de rechter of de Commissie Gelijke Behandeling. Maar het is heel moeilijk om leeftijdsdiscriminatie aan te tonen. Je hebt geen feiten omdat de werving&selectieprocessen zo ontransparant zijn. Daarom wil ik het informatierecht beter verankeren in de wet: wanneer je als werkgever iemand afwijst, moet je verplicht een persoonlijke motivatie meesturen in plaats van een standaardbriefje dat er een betere kandidaat was. Dat laatste werkt namelijk heel demotiverend en helpt sollicitanten geen steek verder op de arbeidsmarkt. Als je dat proces eerlijk en objectief hebt doorlopen, kun je ook een eerlijke boodschap meegeven. Zelf heb ik dat áltijd gedaan, toen ik nog P&O’er was. Kleine moeite.’Paul de Krom gruwelt van die gedachte: ‘Daar gaan we weer, nog meer regels en nog meer bemoeienis met het bedrijfsleven. Linkse partijen hebben zoveel ingebakken wantrouwen naar de burgers toe, daar moeten we vanaf! Leeftijdsdiscriminatie is verkeerd, maar het is niet de overheid die dat altijd op kan lossen. Laat werkgevers en werknemers zo veel mogelijk zélf regelen. De overheid lost de dingen niet op, maar verstoort op deze manier alleen de arbeidsmarkt. Wij hebben geen almacht vanuit Den Haag. Vertrouw op de prikkel van de markt: wanneer bedrijven aan leeftijdsdiscriminatie doen, lopen mensen vanzelf weg en verliest dat bedrijf de slag om kwalitatief goed personeel.’Diversiteit

Diversiteit

Diversiteit op de werkvloer is binnen heel Nederland een thema, en dus ook in de politiek. Cynthia Ortega-Martijn is geboren op Curaçao en was als projectleider diversiteitbeleid betrokken bij diverse projecten om nieuwe Nederlanders aan het werk te krijgen. ‘Een van die projecten was met hoogopgeleide vluchtelingen. Het lijkt me zinvoller dat we gebruik maken van hun intellectuele kapitaal dan dat we ze stations laten schoonmaken. Een ingenieur is een ingenieur, al moet hij wel de Nederlandse taal en beroepscodes leren. In dat project hebben we eerst de (vermeende) financiële risico’s bij werkgevers weggehaald, en daarna een traject opgestart. Zo hebben we onder meer ingenieurs en een advocaat aan het werk geholpen.’ In een volgende periode in de Tweede Kamer wil Ortega nog meer werk van diversiteit gaan maken. Er staan volgens haar teveel mensen aan de kant: wajongers, ouderen, nieuwe Nederlanders. ‘En ook P&O’ers spelen daarin een rol. Ze moeten niet afgaan op imago’s, maar sollicitanten de kans geven hun capaciteiten te laten zien. Wijs mensen niet af op een achternaam, maar laat ze op gesprek komen zodat ze zichzelf kunnen verkopen!’

Ook wat betreft vrouwen in topfuncties is Ortega-Martijn niet onverdeeld positief. Minister Ter Horst heeft er erg haar best voor gedaan, maar Ortega-Martijn gelooft niet dat het werkt. ‘Als je een vrouw in een mannenorganisatie plaatst, gaat het vaak mis. Je moet dus ook de cultuur veranderen, anders heeft het geen zin. Vergelijk het met de Wet SAMEN: toen die in 2004 werd afgeschaft, stroomden ook alle allochtonen weer uit de organisaties.’  


Lees ook de coverstory ‘P&olitiek’ in de juni-editie van P&Oactueel die gisteren is verschenen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone
Lees meer over:

Over Auteur

Basti Baroncini

Basti Baroncini schrijft met liefde over alle onderwerpen binnen het HR-vakgebied, maar zijn hart gaat pas écht sneller kloppen wanneer het gaat om strategie en om mensen. Sociale innovatie, duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling & onderwijs, verandertrajecten, draagvlak, communicatie en leiderschap zijn voorbeelden van onderwerpen waar hij graag over schrijft.

1 reactie

  1. Leuk om te zien dat oud P&O-ers zitting nemen in de tweede kamer. Volgens mij heeft Mark Rutte binnen Unilever op de afdeling P&O gewerkt. Kan dus Interessant worden!!

    Met uitzondering op de eerste twee onderwerpen, vind ik dat de overheid zich niet met de markt moet bemoeien. bonus, diversiteit en regels voor de arbeidsmarkt. Dit zjin onderwerpen waar de overheid geen verstand heeft en waar zij ook niks in kunnen bereiken. Rvc’s, sociale partners, aandeelhouders, concurrentie uit en consumenten zijn de belangrijkste actoren.

    Diversiteit is alleen op te lossen als het onderwijs vebeterd, als de situatie in de oude wijken verbeteren, als de criminalietit en als daardoor de beeldvorming van minderheden in de perceptie van het bedrijfsleven.

    Die P&O-ers in tweede kamer moeten kijken naar de boekhouding van de overheid, verbetering van het onderwijs, de veiligheid, gezondheidszorg etc.. Dat er teveel overhead zit bij overheid, vind ik persoonlijk niet erg. De verspilling van geld in spoeddebatten, commissies en onderzoeken etc..Daar ben ik klaar mee.

    Pragmatisme, het simpel nakomen van afspraken en het met beleid loslaten van zekerheden die vroeger zijn opgebouwd.

    Dat is het waar deze P&O-ers zich voor moeten inzetten.. Laat de rest svp aan de markt over.

Reageer