Bedoelingen werkgever bij sociaal plan doen niet ter zake

1

Een werknemer die na een reorganisatie wordt ontslagen, gaat terecht niet akkoord met een aftoppingsregeling die lager uitvalt dan een vergoeding volgens het sociaal plan. De werkgever bood hem de regeling aan omdat de ontslagvergoeding anders hoger zou uitvallen dan het loon bij voortgezet dienstverband zou zijn geweest.

De situatie

Een reisbureaumedewerker heeft een bruto maandsalaris van € 1.621,61 en werkt al sinds 1977 bij de werkgever. Begin 2011 wordt het kantoor waar de werknemer werkt gesloten in het kader van een reorganisatie. De werknemer wordt boventallig en herplaatsing blijkt geen optie.

Sociaal plan

Op de reorganisatie is een sociaal plan uit 2003 van toepassing. Daarin staat een afvloeiingsregeling van een brutosalaris per vol dienstjaar. Na het 40e levensjaar worden de dienstjaren met factor 1,5 vermenigvuldigd en na het 50e levensjaar met factor 2. Tijdens de onderhandelingen over het sociaal plan heeft de werkgever geprobeerd om een aftoppingsregeling op te nemen. De vergoeding voor werknemers die bijna met pensioen gaan, zou dan worden beperkt tot de werkelijke inkomensschade. Maar daar gingen de vakbonden niet mee akkoord.
De werkgever heeft de werknemer een vaststellingsovereenkomst voorgelegd met een vergoeding die is gebaseerd op die destijds voorgestelde aftoppingsregeling. De werknemer heeft dat aanbod afgewezen.

Het verzoek

De werkgever verzoekt nu de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een vergoeding van € 43.439,49 plus compensatie van de gemiste pensioenopbouw. Dat bedrag is hetzelfde als de vergoeding volgens de aftoppingsregeling.
Volgens de werkgever is het nooit de bedoeling geweest dat werknemers financieel beter af zijn als ze ontslagen worden dan wanneer ze blijven werken. Vijf andere werknemers zijn wel met het aftoppingsaanbod en de vaststellingsovereenkomst akkoord gegaan. De werkgever doet ook een beroep op de hardheidsclausule uit het sociaal plan en op de redelijkheid en billijkheid.

Het verweer

De werknemer eist onverminderde toepassing van het sociaal plan. Volgens hem hoort daar een vergoeding bij van € 84.323,71.

Het oordeel

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en kent de werknemer de vergoeding volgens het sociaal plan toe. De letterlijke tekst is het uitgangspunt voor de uitleg van het sociaal plan, eventueel aangevuld met de bedoeling van partijen. De werknemers zijn niet aanwezig geweest bij de onderhandelingen over het sociaal plan en hebben dus niets te maken met de bedoelingen van de werkgevers en vakbonden.
De hardheidsclausule biedt de werkgever ook geen soelaas. Daarin staat dat alleen van het sociaal plan kan worden afgeweken als dat in het voordeel is van de werknemer.
Het beroep van de werkgever op de redelijkheid en billijkheid ketst ook af. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de werkgever als grote, professionele partij tegemoet te komen alleen omdat de vergoeding hoger uitvalt dan de bedoeling was.
Het maakt zelfs niet uit dat de vergoeding de kantonrechtersformule overstijgt. Ook het argument dat andere werknemers wel hebben ingestemd met aftopping legt de rechter naast zich neer.
De werkgever krijgt nog de gelegenheid zijn verzoek in te trekken omdat hij in het ongelijk is gesteld.

LJN BR6551
Kantonrechter Rotterdam
Sociaal plan versus aftoppingsregeling
Eerste aanleg
29 juli 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

1 reactie

  1. Deze werkgever had dit ervaren personeelslid beter in dienst kunnen houden , had hij waarschijnlijk meer aangehad.
    Je kunt werknemers niet afschepen met een schijntje, men heeft er jaren van geprofiteerd, deze werkneemster zal gezien haar leeftijd ook niet gemakkelijk een nieuwe baan krijgen.en wie repareerd het pensioengat.